Diamantstof
Onderweg vangen de nietige ijskristalletjes evenzo nietige en onderkoelde waterdruppeltjes in. Bij aanraking bevriezen deze spontaan op het kristalletje en krijgt het prompt zijn structuur. Dalend naar de aarde klonteren ze samen tot ware sneeuwvlokken. Zo'n sneeuwvlok valt met ongeveer 2 á 3 m/sec. Bij zeer koud weer, u moet denken aan temperaturen van minstens -7 graden of lager, zijn de afzonderlijke sneeuwkristallen soms ook vlak boven het aardoppervlak te zien. In onze streken gebeurt dat het best in niet al te vochtige lucht. Hele fijne ijskristalletjes in de vorm van plaatjes of naaldjes die schitteren in het zonlicht als een soort diamantstof, een verschijnsel die overigens veel meer in de poolstreken voorkomt. Kleine, flinterdunne sterretjes vindt u dan goed terug op bijv. een donkere ondergrond (op een donkerkleurige auto).
Onder een microscoop of sterke loep kunt u zien dat de meeste ijskristallen een typische veelkantige kristalstructuur bezitten. Het uiterlijk is van het zogenaamde ditrigonale-pyramidale type en dan van het drietallige stelsel. Wat wilt dit zeggen? In vele kristallen of onderdelen daarvan is een pyramidevorm terug te vinden waarbij meestal drie vlakken met elkaar verbonden zijn. Dat heeft te maken met de molecuulstructuur van water. Gezamenlijk kan het aantal vlakken oplopen tot een veelvoud van drie, meestal zes (hexagonaal), zelden ook met twaalf vlakken.
Als u gaat kijken moet u dat buiten in dezelfde omgeving doen, onder dezelfde omstandigheden en voorkomen dat uw veel warmere ademlucht de kristallen laat smelten.
Quote selectie