Jan Buisman : "Wintertje van Niks"

Bericht van: Wout(Hillegom|ZH|NL) , 08-01-2009 21:34 

Bron digitale editie NRC Handelsblad 08-01-2009

Vrieskou Historisch geograaf constateert dat Nederlander ‘zorgeloos’ leeft en geen kou meer kent.


Mens van 2009 is relatie met het weer kwijt

Er wordt volop geschaatst in Nederland. Het vroor deze week zelfs ruim twintig graden in Limburg. Toch is het tot nu toe in vergelijking met vroeger een wintertje van niks.


Door onze redacteur Bas Blokker Amsterdam, 8 jan.

Doe de ogen dicht en stel je voor dat je een achttiende-eeuwse boer bent met zes of zeven kinderen en dat de winter komt. Waar lig je dan wakker van? Van je spaartegoeden bij Icesave? Nee. Halen de kinderen de lente wel? Hebben we genoeg hout of turf in huis voor de verwarming? Is er voldoende voer voor de dieren, zodat zij ons weer kunnen voeden? Heb ik genoeg vlees ingezouten? Zal het een maand vriezen, of drie?


Jan Buisman heeft wel eens geprobeerd het zich voor te stellen. Maar zelfs hem – 84 jaar oud, met de krakende winters van 1929, 1940, 1941, 1942 en 1963 nog vóór in het geheugen en met een levendige herinnering aan ijsbloemen op de ruit en bevroren schotsjes in het waswater van de lampetkan – zelfs hem lukt het niet zich echt voor te stellen hoe het was om kou te lijden in de eeuwen van de ‘kleine ijstijd’, tussen circa 1430 en 1850. In die vier eeuwen lagen in West-Europa de gemiddelde temperaturen 1 à 2 graden onder de huidige waarden.


Buisman, gepensioneerd aardrijkskundeleraar en historisch geograaf, heeft er wel flinke studie van gemaakt, getuige de vijf delen Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen die hij heeft geschreven (en nog is de reeks niet vol).


De Nederlander van de eenentwintigste eeuw is niks meer gewend, zegt Buisman aan de telefoon. „En we zijn zorgeloos geworden.” In vroeger eeuwen was koude een vaste metgezel, zoals ziekte en honger dat waren. Je kunt zeggen dat in de eeuwen voor de twintigste – met zijn centrale verwarming, isolatieramen en de transportmiddelen die in elk seizoen verse aardbeien op tafel kunnen brengen – de mens lééfde met het weer. Vanaf de vroegste tijden lezen we in kronieken over uitzonderlijke weersomstandigheden, van vorst in mei tot donderbuien in de winter.


„De mens zag in die tijden voortdurend op naar de hemel om te weten wat het weer zou doen”, zegt Buisman. „Hij keek hoe diep de padden de grond in gingen, hoe vroeg de vogels wegtrokken.” Allemaal voortekenen voor de strengheid of mildheid van de winter. Daaraan pasten de mensen dan hun handelen aan. In de lente en de zomer zochten ze al geneeskrachtige kruiden, in de herfst verzamelden ze hout en weckten ze groenten.


De mens van 2009 is die relatie met het klimaat kwijt. De bakker heeft altijd brood, de toevoer stokt niet meer door gebrek aan wind of bevroren water voor de molens. De energieleveranciers hebben afgesproken dat ze in de koude maanden geen gas en elektra afsluiten bij wanbetalers. In achttiendeeeuwse kronieken of dagboeken komen regelmatig vermeldingen voor van doodgevroren gezinnen – „met het kleinste kind vastgevroren op de kakstoel”, zegt Buisman.


Het gevolg: als het nu min 11 graden is, beginnen mensen te gillen dat het ijs- en ijskoud is. „Man, zeg dat als het min 21 is”, schimpt Buisman. Hij ziet met misprijzen hoe ouders van nu hun kinderen opvoeden tot koukleumen. „In de winter worden ze ingepakt als mummies.” En dan het getut over de gevoelstemperatuur als je in je verwarmde auto of je geïsoleerde huis zit. „Vroeger joeg de wind door de huizen heen. Er zijn verhalen van mensen op Schokland die hun slingeruurwerk niet eens aan de praat konden houden, zo hard tochtte het. Mensen gingen naar de schouwburg met een stoof vol gloeiende kooltjes.”


De stemmen uit het verleden roepen de echte koude voor ons op. Melis Stoke die aan het eind van de dertiende eeuw in zijn Rijmkroniek schreef over een winter in Holland die zo streng was dat alle water wel van marmer leek. De Engelse reiziger Fynes Morrison die in 1592 naar Nederland kwam en met verbazing vaststelde dat in de ijzigste koude mensen hier samen over het ijs gleden – „waartoe zij aan hun schoenen houten klompen bevestigden met een scherp ijzer onderop, om het ijs te snijden.” Of de dichter Constantijn Huygens (1596-1687) die goedmoedig de sneeuw begroette met een gedichtje: ‘Droogh water, koele woll, witt roet, gehackte veeren, Weest welkom boven op mijn besten hoed en kleeren, Ick sie niet hoe men u met reden haten zou. Die ons van boven brenght de warmte met de kou.’


Jan Buisman : "Wintertje van Niks"   ( 736)
Wout(Hillegom|ZH|NL) ( 1m) -- 08-01-2009 21:34
Zit wat in.   ( 102)
Otto (Gieten) -- 08-01-2009 22:01
Als Jan dat zegt, dan is dat zo   ( 211)
sebastiaan (bussum) -- 08-01-2009 21:50
Inderdaad...   ( 104)
Wout(Hillegom|ZH|NL) ( 1m) -- 08-01-2009 22:02
Precies! + nog wat feiten   ( 114)
sebastiaan (bussum) -- 08-01-2009 22:17
Re : Precies! + nog wat feiten   ( 55)
Ronald (Deventer) -- 08-01-2009 22:31
  bedankt voor je aanvulling!  
sebastiaan (bussum) -- 08-01-2009 22:42
Re : Als Jan dat zegt, dan is dat zo   ( 150)
Jeroen(Hoorn) ( -2m) -- 08-01-2009 21:54
Wel wat nuanceren..   ( 131)
Walter (Ridderkerk, NL) -- 08-01-2009 22:00
ik snap je nuancering niet..   ( 77)
sebastiaan (bussum) -- 08-01-2009 22:16
Re : ik snap je nuancering niet..   ( 50)
Ernest (Maassluis) -- 08-01-2009 23:06
thanks, en mooi omschreven conclusie   ( 27)
sebastiaan (bussum) -- 08-01-2009 23:42
Re : Jan Buisman : "Wintertje van Niks"   ( 79)
Etienne (StOedenrodeNB) -- 08-01-2009 22:26