Ik bedoel dat ook strenge winters een belangrijke dooifase kenden. 1987 was een koude winter, die na de dooi van 21 januari eind januari een 2e vorstperiode kende (in Steenwijk). En 'op oud ijs is het licht vriezen'.
zo kon ik oop 31 januari en 1 en 2 februari alweer toertochten rijden. En begin februari een schitterende tocht gereden op het Amstelmeer in de kop van Noordholland. Na een kwakkelende februari maand volgde nog een winterse maartmaand. 22 vorstdagen, 5 ijsdagen, 11 sneeuwdagen en 2 strenge vorstdagen (en de ijzelramp). Volgens 'de Bilt ' normen was deze winter in Steenwijk streng met een Hellmangetal van 209 (Ynsen 44,5, gemid. maart T. + 0,6°) en dat omdat er nog winterweer zat na de koudegolf in januari.
Quote selectie