Ook een kleine toename van de wind had de afkoeling afgeremd. Het was die avond daar vrijwel windstil en dan is het minste geringste zuchtje wind al voldoende. De afkoeling moet zich 's avonds hebben opgehoopt in een laag van nog geen 20 m dik. Hierdoor onstond een zeer scherpe inversie waaronder de koude laag bleef plakken. Maar in de loop van de nacht wordt ook boven het inversietje koudere lucht aangevoerd zodat de stabiliteit afneemt en er meer beweging komt in de lucht, zodat er menging onstaat met mindere koude lucht uit de omgeving. Het viel me op dat later in die nacht de onderling verschillen tussen de stations in het zuidoosten
af nam en allemaal rond -18 graden uitkwamen. Sommige stations kregen toen pas de laagste temperatuur.
Met een grenslaagmodelletje kwam ik tot -17,5°C, bij een sneeuwdek van 10 cm en een menglaag van tijdelijk minimaal 25 m. De opwarming na middernacht is onstaan vooral door een geringe toename in de wind. Met een menglaag van 10 m ging de temperatuurcurve steiler naar beneden en tipte tot -23,6°C maar daalde niet verder. Toen was de stralingsbalans in evenwicht met de warmtestroom door het sneeuwdek. Bij een dikker sneeuwdek had het theoretisch kouder kunnen worden.
Victor
Quote selectie