Laatst vroeg ik mij af hoe het zit met de dichtheid van ijs. Is het nou zo dat ijs altijd dezelfde dichtheid heeft of heeft ijs van -4°C een kleinere dichtheid dan ijs van -1°C?
En ontstaan die scheuren in het ijs door de eventuele dichtheidsverschillen?
Ik ben benieuwd naar jullie reacties!
Zoals uit de tabel (met dank aan Gerard) blijkt neemt de dichtheid bij bevriezen sterk af. Wij danken daar ons natuurijs aan; als ijs zwaarder (dichter) zou zijn dan water, dan zou ieder ijsdeeltje naar de bodem zinken; naar een ijsvloer zouden we kunnen fluiten.
Bij verder afkoelen neemt de dichtheid weer toe; anders gezegd: ijs krimpt bij afkoelen. Uit de tabel lees ik af dat dit van 0 tot -10 ruim 0,2% is. Weinig? Over een afstand van 500 meter is dit een inkrimping van van ruim 1 meter.
Bij stijging van temperatuur zet ijs dan weer uit en kunnen zgn kistwerken ontstaan: het ijs wordt op een zwakke pek omhoog gedrukt , want het moet toch ergens heen bij uitzetten.
IJs werkt dus altijd bij temperatuurveranderingen; omgekeerd kunnen wakken ontstaan door dit effect. Misschien heeft het grote wak op dinsdag 6 januari in de Alblasserwaard over 50 meter hier mee te maken. Dat laatste is maar een idee dat nu even in mij op komt; iemand een ander idee?
Groet,
Cees
Quote selectie