De lantaarnpaal, oh zo statig
Schijnt zijn licht, gemaakt kunstmatig
De ene schijnt fel, de ander spaarzaam
Langs wegen, stoepen, of net voor je raam
't Is zo gewoon dat hij daar schijnt
Dat hij in ons onderbewustzijn verdwijnt
De makers hadden hem gemaakt
Zodat hij over onze veiligheid waakt
Ook zij hadden niet kunnen dromen
Dat er een andere taak bij zou komen
In weer en wind, in mist en regen
Nooit ze je hem bewegen
Nooit hoor je hem om aandacht vragen
Behalve op die donk're winterdagen
Dan is het soms net of hij schreeuwt:
"Jongens kijk naar mij! Het sneeuwt!"
Gr, Remco

( 253)
Dank je
( 224)
dacht dat ik altijd de enige wasdie er naar keek
( 370)
( 311)