Wat het nadeel van je alleen focussen op de 'luchtpakketjesmethode' volgens mij vooral is, is dat de aanname van bereiken van Tcon, droogadiabatische stijging tot LCL, natadiabatische stijging tot equillibrium level enz., eigenlijk vrij grof is. Conceptueel is het een heel inzichtelijke methode om te begrijpen hoe convectie werkt, maar in werkelijkheid gaat het er rommeliger aan toe.
Allereerst heb je in werkelijkheid meestal geen typische opwarming tot Tcon, en daarna pas vorming van buien. Er komt bijna altijd een zekere forcering aan te pas, die luchtpakketjes tot boven hun LFC laat stijgen zonder dat de convectieve temperatuur is bereikt. Bijvoorbeeld een convergentielijn waar de buien op ontstaan. Je zult dus voor de kans op buien bijna altijd ook het grotere geheel in de gaten moeten houden. Verder is het gebruiken van een progtemp of een sounding van één plek voor een hele regio er omheen, nogal een generalisatie. Vaak zijn er sterke regionale verschillen in het profiel. En als derde is het zo, dat de adiabatische aanname voor convectie het geheel wel heel inzichtelijk maakt, maar niet zo realistisch is. In werkelijkheid is er zeker interactie tussen een luchpakketje en z'n omgeving, waardoor de eigenschappen veranderen tijdens het stijgen. Ook neerslagvorming, verdamping en zonnestraling op de wolk spelen natuurlijk een rol.
Dus in principe is de luchtpakketjesmethode heel nuttig, zeker om een algemene inschatting te maken van de kans op convectie en buien en de sterkte daarvan, maar het is volgens mij als methode an sich te globaal voor heel precieze uitspraken in tijd en ruimte. Als je wil zeggen: ik verwacht aan de hand van deze progtemp op dit tijdstip hier en hier en hier cumuli/buien en hier niet, dan zou dat in sommige ideale gevallen wonderwel kunnen uitpakken, maar in de meeste gevallen (vermoed ik...) werkt het niet zo. Nouja, dat is wat m'n gevoel hier over zegt, maar ik vind het wel heel interessant om te zien hoe die kaartjes presteren

.
Quote selectie