dat er een statistisch low zal ontstaan daar in die regio lijkt me duidelijk uit hun simulaties en dat dit een statistische (noord)oostcomponent zal laten zien op de anomaliekaarten kan ik ook volgen, maar in hoeverre zoiets opbotst tegen de sterk variabele (en in mijn ogen toch altijd doorslaggevende) stroming in de hogere luchtlagen, dat is minder duidelijk.
Anders geformuleerd: wat ben je met een statistisch low in die regio in een zomer met sterke NAO en veelvuldige koele westenwinden bij ons? Of anders, in hoeverre is zo'n effect in de onderste luchtlagen in staat het effect van de hoogtestroming en de gevolgen daarvan, te counteren?
Het zal klimatologisch later wel terug te vinden zijn , kan bijna niet anders, maar hoe sterk...?
Belangrijk hierbij is mss dat net in de warmste zomermaanden de atmosfeer bij ons het minst baroclien is en mss wel meest vatbaar is voor dergelijke thermal lows..
Moet wel zeggen dat de tekst in de paper wat overtuigender is dan die tekst op de KNMI-site.
Quote selectie