Stewart Rampling van Netweather verwacht een winter tussen normaal en (zeer) koud voor onze omgeving op basis van een te verwachten lage NAO-index.
In de inleiding geeft hij wel aan de het onzeker is tot hoe ver de kou boven Noordoost-Europa doordringt naar het westen. Een paar duizend kilometer maakt al een groot verschil. Maar de huidige verdeling van lage- en hogedruk, met al vroege kou in Siberië deed zich vaker voor aan de vooravond van de koudere winters in de jaren '60 en '80.
Bij de argumenten wordt het eerst gekeken naar de ENSO. Momenteel hebben we een El Nino, die gevolgen heeft voor stromingspatronen wereldwijd. Typisch daarbij is een diepe trog in de Golf van Alaska, een hogedrukgebied boven Canada en een sterke, zuidelijk gelegen straalstroom over Florida de Atlantische oceaan op. Voor de VS zijn hiermee redelijke seizoensverwachtingen te maken maar richting Europa worden de effecten steeds minder merkbaar. Op het kaartje is nog wel iets te zien van hogere druk over Europa en een trog boven NW-Rusland.
Bij een gemiddelde El Nino ligt het warmste water tegen de kust van Peru aan. Maar deze El Nino wijkt daar van af met de hoogste warmte-afwijkingen tegen de datumgrens aan (180°W.L). Het hierbij behorende drukpatroon verandert dan ook. Het Canadese hoog schuift op in de richting van Groenland, waardoor de druk ook rond IJsland stijgt en de jet boven Florida komt verder de oceaan over, met meer depressies rond de Azoren tot gevolg. Bij deze verdeling is sprake van een sterk negatieve NAO. (Hiervoor zijn tien situaties geselecteerd, waarbij een toevallige uitschieter nog veel effect kan hebben op het gemiddelde drukpatroon). In de vijf na laatste paragraaf wordt nog een afwijking gevonden. Bij de meeste El Nino's is de algehele stroming (GLAAM) op aarde meer westelijk dan gemiddeld, terwijl die nu oostelijk is. Dit betekent een lagere artic oscillations en dus een lagere NAO, welke daar een onderdeel van is. Mogelijk dat de GLAAM nog omkeert de komende tijd maar hij verwacht dat niet, o.m. vanwege de lage zonneaktiviteit. Keert de GLAAM wel om dan onstaat een drukpatroon wat karakteristiek is voor een zachte winter (hoge NAO).
Dan wordt er gekeken naar de oceaantemperaturen. Het patroon van SST's, over beter gezegd: de afwijking van de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de noordelijke Stille Oceaan versterkt of onderhoudt het EL Nino circulatiepatroon van de atmosfeer. Het SST-patroon van de Atlantische oceaan verlaagd de NAO.
Maar er zijn veel meer effecten die de NAO sturen. Er is namelijk ook wisselwerking met de stratosfeer. Bij een koude arctische stratosfeer is de NAO meestal hoog en warmte op grote hoogte gaat gepaard met een lagere NAO. Volgens de auteur zijn er signalen die wijzen op een warmere stratosfeer de aankomende winter en daarmee en zwakkere poolwervel. Eén van de redenen is dat de QBO in de oostfase zit. De koppeling tussen de QBO en de poolwervel is het sterkst bij geringe zonneaktiviteit maar daarbij speelt El Nino ook een rol. Als voorbeeld worden den strenge winters van 1963 en 1987 genoemd. (Zelf heb ik ook nog 1995 en 2006 gevonden met dezelfde combinatie. De winter van 1995 was allerminst streng. Verder zijn met zoveel onderverdelingen het aantal vergelijkingsjaren te weinig om statistisch enig houvast te bieden.)
Verder wordt nog gekeken naar de hoeveelheid convectie en onweersbuien in de tropen in relatie tot de NAO. Daarin ziet hij ook aanwijzingen dat die laag wordt.
Als laatste heeft Netweather.tv een lange termijn model tot beschikking, het CFS. In die prognoses zitten nog veel onzekerheden en er worden temperaturen berekend van ver onder normaal tot iets te warm.
Hun definitieve verwachting komt 24 november en daarvoor houden ze de temperatuur van de polaire stratosfeer, opstekende westenwinden boven de equatoriale Pacific (voor El Nino), verdere afkoeling van de Atlantische Oceaan uit de kust van New Foundland, uitbreiding van het sneeuwdek boven Azië en de ontwikkeling van GLAAM in de gaten.
Ik hoop dat het verhaal bij velen zo wat duidelijker wordt.
Victor
Quote selectie