Nu de meteorologische winter is begonnen en de kaarten interessant worden aan het eind van de horizon is het de hoogste tijd mijn winterverwachting te plaatsen.
Kwakkelwinter met gemiddeld normale tot beneden normale temperaturen.
Meer neerslag, dikwijls in de vorm van sneeuw en meer zonneschijn dan normaal.
Legio aanwijzingen voor een negatieve NAO-index.
Stratosfeer
De arctische stratosfeer zal aankomende winter (zeer) waarschijnlijk (>80%) warmer zijn dan normaal met daaromheen een gemiddeld zwakke poolwervel. Op ongeveer 30 km hoogte volgt de poolwervel meestal de
QBO boven de tropen en die zit momenteel in de oostfase. In de praktijk warmt de polaire stratosfeer dan plotseling sterk op tijdens de wintermaanden. Wellicht dat er weer een
SSW komt. Het verband met de wintertemperatuur is statistisch moeilijk hard te maken. Maar in de weken na een stratosferische opwarming krijgt een doordenderende westcirculatie het in ieder geval moeilijk
Atlantische Oceaan
Ten westen van de Azoren is het zeewater kouder dan normaal. Zuidoost van de Azoren is het water relatief warm. Dit bevordert de ontwikkeling van depressies rond de Azoren welke richting Europa trekken. De Atlantische Oceaan is al maandenlang het speelterrein van lagedrukgebieden waarvoor het Azorenhoog moet wijken. Alleen in september en de eerste helft van oktober was dat patroon duidelijk anders. Het
SST-patroon zwakte toen af maar is nu weer terug en zal zich naar verwachting de komende winter handhaven. Het verband met de wintertemperatuur in Nederland is zwak maar toch signifant. Oceaandepressies nemen een zuidelijkere koers en kunnen dan gemakkelijker onder ons door trekken. Hierdoor wordt de wind aflandig en voert koudere lucht aan. In combinatie met hogedruk in de regio IJsland met uitlopers naar Skandinavië kan dit hoogwinterse toestanden geven.
Het noordoosten van de Atlantische Oceaan is warmer dan normaal, inclusief de aangrenzende zeëen zoals de Barentszee, de Noordzee en de Oostzee. Dit heeft een verzachtend effect indien de winden over dat louwe water komen. Verder bevordert het de ontwikkeling van (stationaire) depressies ten noorden van ons waardoor de wind bij ons de westhoek opzoekt en dus indirect een verwarmend effect heeft.
Pacifisch gebied
De patronen van zeewatertemperaturen (SST’s) in de Stille Oceaan worden bepaald door
El Nino en een
koude PDO. El Nino is niet direct van invloed op ons weer maar heeft wel effect op de drukverdeling boven Noord-Amerika met een sterkere subtropische straalstroom over de zuidelijke staten oostwaarts richting de Azoren en hogedruk in de Labrador regio. Hierdoor zullen arctische luchtmassa’s eerder via IJsland de oceaan op stromen dan via de Labradorzee. Waarschijnlijk kan de Labrador koude poel zich minder goed ontwikkelen. Deze week trekt een flinke portie poolkou via Canada naar het zuiden. Eens zien hoe dat zich ontwikkeld.
De
PDO heeft geen correlatie met onze wintertemperatuur, evenmin voor neerslag en zonneschijn. Toch is het interessant om de effecten daarvan op het stromingspatroon te bestuderen maar daarbij zijn vele oplossingen mogelijk. In de standaardsituatie ligt er tijdens de koude fase van de PDO een trog boven de golf van Alaska. Hetzelfde zien we ook bij El Nino.Trekken we die straalstroom door dan vinden we depressies rond de Britse Eilanden en een standvastig hoog boven Rusland. Dit patroon zien we tegenwoordig ook veel en geeft wisselvallig, nat en vrij zacht winterweer. El Nino en de koude PDO versterken elkaar bij de westkust van N-Amerika. Maar om daaruit te concluderen dat de Europese drukverdeling persistenter zou zijn is te kort door de bocht. De combi van Pacifische SST-patronen komt vrij weinig voor. Het verleden leert dat daaruit allerlei winters voortkwamen maar geen enkele strenge. Wel hadden die winters een vuil randje. Typerend van de combinatie El Nino en PDO koud zijn de zeer zachte novembers en dat was dit jaar niet anders.
In de praktijk blijkt de rol van de
Japanse jet vaak belangrijker te zijn op de drukverdeling in het noord Pacifische gebied. Tussen de zeer koude lucht boven Siberië en de zeer warme lucht boven ZO-Azië onstaat ’s winters een zeer krachtige straalstroom. Deze ontspringt boven het Midden-Oosten, versnelt boven de Himalay en blaast dan met hoge snelheid over Japan de Stille Oceaan op. De zeewatertemperaturen rond ZO-Azië (Indische Oceaan, Indonesië, Maleisië en de Filipijnen) bepalen voor een belangrijk deel kracht en richting van die Japanse jet. Momenteel is het water daar extra warm en dat geeft bij ons in de regel zachte winters. Lagere SST’s rond ZO-Azië in combinatie met een koude PDO zou juist strenge winters in de hand kunnen helpen. Er kan dan een juiste slinger in de straalstroom onstaan die over de pool heen ook de drukverdeling in onze regio bepaald. Interessant in dit kader is het verband wat Alwin Haklander heeft gevonden tussen de westenwind op 200hPa in december zuidoost van Japan en de winter bij ons een jaar later. Vorig jaar december was de straalstroom daar zwakker wat dan gunstig zou zijn voor aankomende winter.
NAO
Er zijn talrijke en sterke aanwijzingen dat de
NAO-index aankomende winter negatief zal worden.
- Ten eerste is er de grote kans op een sterke stratosferische opwarming (SSW) waardoor in de weken erna de NAO daalt.
- Dan bestaat er een opvallend verband tussen de sneeuwbedekking in oktober en
de NAO-index van de volgende wintermaanden. De sneeuwbedekking op het noordelijke halfrond was in oktober nogal groot wat zou wijzen op een lage NAO. Hoe dit werkt is echter niet duidelijk.
- Verder verlagen de SST’s van de Atlantische Oceaan en El Nino de NAO, mogelijk in combinatie met de PDO.
Winters met een negatieve NAO-index zijn over het algemeen kouder. Maar garantie voor een koudegolf met schaatsvertier geeft het niet. De NAO bepaalt de aanvoer van zachte oceaanlucht naar West-Europa maar zegt weinig of er wel of geen kou uit het oosten komt. Winters met een lage NAO zijn over het algemeen wel natter en sneeuwrijker. Kenmerkend voor kwakkelwinters dus of de zogeheten ‘vuile’ winters.
Klimaatsverandering
Ons klimaat is ondertussen sterk opgewarmd wat een pijnlijke constatering is voor de winterliefhebbers. Dit kan deels worden toegeschreven aan de mondiale opwarming als gevolg van het antropogene broeikaseffect. Als de rest van de wereld opwarmt zou het hier logischerwijs ook moeten gebeuren. Maar regionaal kunnen er wel afwijkingen voorkomen. In de eerste helft van 20e eeuw bestond er helemaal geen correlatie tussen de wintertemperatuur in Nederland en de temperatuur wereldwijd. Daarna was het verband er wel en ondertussen is de
opwarming hier twee maal zo groot als het mondiale gemiddelde. Maar aan de andere kant van de oceaan op onze breedtegraad zijn de winters niet zachter geworden. In hoeverre die extra opwarming aan het broeikaseffect kan worden toegeschreven is niet duidelijk. Mogelijk dat de afkoeling van de stratosfeer hier een rol in speelt met een sterkere poolwervel als gevolg. De zonaliteit in de stratosfeer is inderdaad toegenomen maar corrigeren we die voor de QBO (boven de tropen) dan blijft er weinig meer van over. In de troposfeer blijft de stijgende trend dan nog wel bestaan.
Echter de
zonneaktiviteit is ook van invloed op het klimaat. Ieder najaar duikt het gerucht weer op dat de meeste elfstedentochten tijdens een zonnevlekkenminimum zijn verreden. Hoewel dit argument weinig hout snijdt zit er wel kern van waarheid in. De zonaliteit in de troposfeer ter hoogte van Europa fluctueert namelijk ook met de zonnevlekkencyclus. Dit effect is het sterkst nabij het aardoppervlak wat logischerwijs ook invloed heeft op de temperatuur. Aangezien we nu nog in een zonnevlekkenminimum zitten is er een iets grotere kans dat de winter kouder uitvalt.
Maar goed. Ontertussen hebben we de op één na warmste november achter de rug. De Oostzee en de Noordzee zijn te warm. Grote delen van West-Rusland zijn nog sneeuwvrij en de winter is in geen velden en wegen te bekennen. Wat dat betreft is het weer het bekende liedje. Ook al komt de wind uit het oosten brengt het nog geen winter.
Samenvatting
Het belangrijkste aanknopingspunt in deze winterverwachting is de te verwachten lage NAO-index. Dit geeft geen aanwijzingen voor een Russische koudegolf maar een Groenlandwinter is wel goed mogelijk. Maar bij een lagere NAO zijn ook zeer zachte oplossingen mogelijk waarbij een zuidelijk gepositioneerde oceaandepressie zachte lucht via Spanje en Frankrijk aanvoert. Depressieuitlopers brengen dan veel regen. De watertemperaturen van de Atlantische oceaan wijzen in de richting van een wat koudere winter maar uit de temperaturen van Grote Oceaan zijn geen conclusies te trekken. De signalen daarvan op de NAO liggen te westelijk om mee te wegen in deze samenvatting. De straalstroom loopt vaak zuidelijker of de zuidelijke tak is sterker ontwikkeld dan de noordelijke. Ook op de zon zijn er aanwijzingen voor een koudere winter maar dat wordt door de klimaatsverandering, die ook nu duidelijk merkbaar is in Europa, weer teniet gedaan.
Ik verwacht dat de luchtdruk gemiddeld lager zal uitvallen maar een koudere winter is vaak weer droger. Desondanks neig ik tot een nattere winter. De zon maakt in het ‘nieuwe klimaat’ meer uren dan vroeger, ook in de winter. We hebben zelfs zachte en natte winters gehad die ook zonniger waren, zoals bij voorbeeld 2002. Daarnaast lijken de winters ook zonniger te zijn wanneer de AMO in de warme fase zit. Daarom verwacht ik dat aankomende winter ook meer zonneschijn zal brengen.
Aktuele ontwikkeling
Likkebaarden bekijken we de weerkaarten van half december.
De berekende hogedrukontwikkeling past niet echt in bovenstaand verhaal maar ik denk wel dat het er komt maar die fusie met het poolhoog zal wel niet lukken. De kern komt dan in onze omgeving te liggen. Ook al wordt de wind oostelijk hoogwinters wordt het niet want er is immers nergens winter te bespeuren. We moeten het van stralingsvorst hebben maar ook dat kan leuk zijn. De ontwikkeling past mooi in de lijn van voorgaande decembermaanden waarbij het kersthoog van vorig jaar de meeste kou bracht. Verder is een sterke rug goed voor de ontwikkeling verderop deze winter. Het zou namelijk een SSW kunnen triggeren. Momenteel zijn er al allerlei warmteimpulsen aan de overkant van de pool. Daar moeten we het nog niet van hebben maar later kunnen de winterse voorwaarden wel verbeteren.
Victor
Quote selectie