Voor het ontstaan van onweersbuien heb je eigenlijk 4 factoren nodig:
- vocht
- forcering (bijv. door een front of thermiek)
- onstabiliteit
- windschering
De eerste factor lijkt me logisch, er is vocht nodig dat kan condenseren zodat er wolken ontstaan en de bui gevoed kan worden.
Forcering zorgt ervoor dat lucht gedwongen gaat opstijgen, en daarmee tot condensatie (wolkenvorming) wordt gedwongen. Hoe sterker de forcering, des te groter de kans op (zware) buien.
Onstabiliteit zorgt voor extra energie om de bui te voeden, maar hoeft niet altijd aanwezig te zijn om toch onweer te veroorzaken.
Windschering, zorgt voor meer dynamiek in een bui (zeg maar, dan staat hij steviger in zijn schoenen) en zorgt ervoor dat er een stabiele aanvoer van vocht & droge, warme lucht is.
Deze factoren kunnen dmv. modeluitvoer zo worden gecontroleerd:
- vocht: kijk naar de Rv uitvoer op 925hPa, 700hPa en 500hPa of naar prognose soundings
- forcering: kijk naar vorticiteitsadvectie kaarten op 500hPa
- onstabiliteit: CAPE of LI kaarten
- windschering: windkaarten, let op scherpe windknikken en flinke windtoename op en achter een front, of dmv. van prognose soundings kijken naar sterke windtoename met hoogte en ruiming in de onderste kilometer
Deze kaarten kan je via
Vakman bekijken, prognose soundings kan je via
deze pagina maken.
Er zijn nog meer factoren uiteraard, maar dit is al aardig wat. Je kan ook kijken tot hoever buien kunnen groeien, een minimumhoogte van 5 á 6km kan gehanteerd worden als drempelwaarde voor onweer. Kijk hiervoor bijv. naar de hoeveelheid vocht dat beschikbaar is, of naar de CAPE-lijn tot hoe hoog die komt voordat 'ie weer de temp.lijn kruist.
En stel gerust vragen als dit al teveel is op sommige plekken

.
Quote selectie