In bovenstaande stel ik dat het ijs een sneeuwlaag van beperkte dikte dragen kan. Is het te zwaar dan dompelt het de ijsvloer onder de waterspiegel. Via scheuren en wakken komt er water op het ijs.
Nu las ik, van o.a. Remko, dat water ook gewoon door het ijs trekt. Nu wist ik niet beter dan dat ijs een temperatuur van beneden het vriespunt heeft en dreigt het er boven te komen dan smelt het van onderen en/of van boven. Maar toch klinkt het plausibel. Ik heb deze winter regelmatig waargenomen dat er eerst inderdaad vanaf de kant en via wakken water in de verse sneeuw kwam maar al vrij snel de gehele ijsvloer een moeras werd. Verder viel het me op dat ook dunnere sneeuwlaag op een dikke ijsvloer uiteindelijk werd 'opgegeten' en omgezet in gelige drap wat uiteindelijk weer opvroor. De door mij voorgestelde verhoudingen kloppen dan niet en dat heeft dan alles met de capilaire werking van de sneeuw te maken. Hier zou ik graag wel wat meer van willen weten.
Het hele verteringsproces duurt zo'n vier dagen. Nu weet deze winter het telkens weer te presenteren om een nieuwe sneeuwlaag af te leveren net als het ijs zich heeft hersteld en anders ging het dooien. Van schaatsen komt zo weinig terecht terwijl de sneeuwijslaag wel geleidelijk dikker wordt maar vaak van bedenkelijke sterkte blijft. De dooi van vorige week heeft de ijsvloer gepolijst en de ijslaag was mooi hard geworden door de vorst van de laatste dagen. Maar dit dagje sneeuw heeft het ijs alweer flink verpest. In de namiddag was het ijs onder de sneeuw flink zachter geworden en toen ik er overheen liep gromde het als een valse hond. Dat was wel nog 7 tot 8 cm dik maar na drie keer hameren met een paal stak zat er al door. Waardeloos!
Quote selectie