Eigelijk is ook dit geen volledig antwoord
Wie de tijdstippen van de equinoxen (begin herfst en lente) bekijkt, zal opmerken dat niet alleen de lente meestal begint op 20 maart, maar de herfst ook pas op 22 of 23 september. Het zomer- en winterhalfjaar duren dus niet even lang.
Om precies te zijn: het winterhalfjaar duurt 181,74 dagen en het zomerhalfjaar 183,5 dagen (samen 365,24 dagen).
De reden hiervoor ligt in de eccentriciteit van de aardbaan, die niet volledig circelvormig is maar licht elliptisch. De aarde staat het dichtst bij de zon op 3 januari (het zogenaamde perihelion) en het verst van de zon op 4 juli (het aphelion). Merk op dat deze data quasi pal in het midden van het winter- en zomerhalfjaar vallen. Het verschil bedraagt zo'n 3,4%.
Volgens de tweede wet van Kepler beweegt een hemellichaam sneller op zijn baan wanneer het dichter bij de zon staat. In de praktijk is de baansnelheid van de aarde dus groter tijdens het winterhalfjaar, waardoor dit iets korter duurt.
Quote selectie