De hoeveelheid zee-ijs in het Noordpoolgebied is de laatste jaren sterk afgenomen. Vooral deze zomer gaat het erg snel: in juni smolt dagelijks 88.000 km², normaal is dat 53.000 km². In de zeeën rond het vasteland van de Zuidpool (de Antarctische wateren) is echter van een afname geen sprake. In juni was de oppervlakte zee-ijs ruim 8 procent groter dan normaal (referentieperiode 1979-2000). Daar is ook wel een plausibele verklaring voor die het KNMI op haar website heeft gepubliceerd.
Ik neem deze even integraal over: “De toename van het zee-ijs komt door het afkoelen van het oppervlaktewater rond Antarctica de laatste 20 jaar in de winterperiode. Voor deze plaatselijke afkoeling zijn er verschillende verklaringen. Een mogelijkheid is dat het ozongat in het voorjaar een sterkere westenwind rond het continent veroorzaakt, waardoor het er kouder blijft.
Een andere mogelijkheid is dat er zich meer ijs vormt in het laagje zoet en koud water dat achterblijft als het ijs smelt dat van Antarctica afkalft. Uit satellietmetingen blijkt dat Antarctica de laatste jaren meer ijs heeft verloren, zodat er ook meer smeltwater moet zijn. Dit zoete water blijft bovenop het zoute oceaanwater drijven. In de herfst en vroege winter (april tot juni) vriest het dan eerder dicht. Nader onderzoek moet echter nog uitwijzen welke van de mogelijke mechanismen in werkelijkheid het belangrijkste is.
Klimaatmodellen die voor het vorige IPCC rapport (2007) gebruikt werden, simuleren sterke opwarming in het Noordpoolgebied en vrijwel geen opwarming in de zuidelijke oceaan. De bovengenoemde mechanismen zijn echter in de meeste van die modellen nog niet gerepresenteerd.” Tot zover de verklaring van het KNMI.
Quote selectie