Volgens mij is het vrij veilig om te stellen dat onweer en sneeuw de boeiendste en tegelijk nog regelmatig voorkomende weersverschijnselen zijn. Ik was nieuwsgierig in welk jaargetijde beide verschijnselen relatief het vaakst voorkomen. In onderstaande grafiek is dit afgebeeld. Het gaat hierbij om de kans op het optreden van een verschijnsel ergens in Nederland. De cijfers zijn samengesteld over 1901 t/m 2009.
De kans op onweer is het grootste tussen halverwege mei en halverwege september. De kans ligt dan nagenoeg continu boven de 0,5%. De hoogste percentages worden gehaald in juli: tot 3,8%. Daarbij is er een duidelijke, soepele jaarlijkse gang zichtbaar. Om een idee te krijgen wat dat concreet inhoudt: over de hele maand juli gezien, 31 dagen à 24 uur is 744 uur à 3,8%, kwam gemiddeld in28 uurvakken ergens in Nederland onweer voor.
Sneeuw komt uiteraard het meest voor in de winter. De periode met een relatief voorkomen van 0,5% of hoger loopt van halverwege november tot medio maart. Opvallend hierbij is dat het verloop veel grilliger is dan bij onweer. Dat is erg opvallend, want op jaarbasis zijn er ruwweg evenveel uurvakken met sneeuw als onweer. Ook valt op dat de piek met relatief voorkomen véél hoger ligt dan bij onweer: hoger dan 5% rond halverwege februari.
Het feit dat sneeuw relatief gezien vaker voorkomt, heeft er volgens mij mee te maken dat sneeuwval heel vaak over meerdere uurvakken plaatsvindt. Er zijn vaker sneeuwgebieden dan losse sneeuwbuien, terwijl omgekeerd er meer onweersbuien zijn dan grote onweersgebieden/clusters.
Dan is er nog het feit dat het voorkomen van onweer een veel soepeler verloop laat zien. Het onweersseizoen is langer dan het sneeuwseizoen, vandaar dat het totaal aantal uurvakken op jaarbasis ruwweg gelijk uitkomt, terwijl het relatieve voorkomen van onweer veel lager blijft dan sneeuw.
Tot slot kan je de percentages van sneeuw en onweer combineren, om te zien wanneer in het jaar de grootste kans is op 'boeiend weer'. Dat blijkt vooral de winter te zijn: zo rond 15 februari. De zomer lijkt minder interessant te zijn dan de winter. De laagste percentages vinden we rond 22 april en 25 oktober. Dit zijn dus relatief de saaiste momenten in het jaar.
Mogelijk volgt morgen nog een aanvulling of correctie.
Groeten, Ben
----
NB 1:
Ik sluit helemaal niet uit, vermoed zelfs, dat er nog ergens een fout zit in mijn analyse. Er zijn sowieso factoren waar je rekening mee moet houden, zoals dat het aantal meetstations niet constant is door de jaren heen. In het geval van sneeuw zitten er sowieso rare waarnemingen bij, zoals 'snow observed' bij 15°C. Ik heb daarom de grens ingesteld van 0°C, zodat in principe alleen droge sneeuw is geteld.
NB 2:
Getoond is het percentage uurvakken, waarin een verschijnsel is opgetreden, van het totaal aantal uurvakken. Per dag van het jaar ligt het totaal aantal uurvakken met een waarneming gemiddeld op 31.000. Uitzondering is uiteraard 29 februari, hiervan zijn slechts 7900 uurvakken.
NB 3:
Ik ga uit van de vlaggetjes die het KNMI voor elk uurvak heeft gezet: onweer waargenomen en sneeuw waargenomen. In hoeverre die vlaggetjes goed gezet zijn, is mij nog onduidelijk. Ik kan ook naar de weercode gaan kijken.
Quote selectie