Kortom: de trend is een onverminderde opwarming. Goed in lijn met de modellen, hoewel... Volgens mij een fractie minder dan de meeste.
Zeker in lijn met de modellen en die fractie is zodanig klein, dat 'ie ruimschoots in de foutmarges van de waarnemingen valt. Belangrijkste hiaat van de modellen lijkt de verticale distributie te zijn. De modellen geven de meeste opwarming in de middelbare tot hoge troposfeer (300-150 hPa), met lagere trends in de lagere troposfeer en aan het aardoppervlak. Uiteraard hebben ze wel afkoeling in de stratosfeer.
Allen en Sherwood (2008) hebben de werkelijke verticale distributie van de opwarming uit radiosondes gehaald, niet door te kijken naar de temperatuurmetingen zelf, maar naar de afgeleide thermische wind uit de windprofielen. Dit vereist wel dat je de zaak ruimtelijk bekijkt, maar dat was ook de bedoeling. Het artikel heeft de opwarming in de tropen en subtropen (30 ZB-60 NB) bekeken, omdat de modellen vooral in die regio ernaast zouden zitten.
De waarnemingen bevestigen in feite de tendens van de modellen, al wordt er een tweetal maxima in de troposfeer gevonden: rond 200 hPa en aan het aardoppervlak. Verder is de trend sterker dan de modellen hadden berekend over dezelfde periode. De troposfeer heeft dus een sterke opwarmingstrend en, belangrijker nog, de stratosfeer heeft een (theoretisch noodzakelijke) sterkere afkoelingstrend.
Het onderzoek bevestigt dus de modellen, al hebben zij de verticale distributie van de opwarming nog niet goed. Ook werd de opwarming in de waarneemperiode (1979-2005) iets onderschat. Verder wordt aangetoond dat een warmere troposfeer stralingskundig wordt gecompenseerd door een koudere stratosfeer, zodat de uitgaande straling aan de top van de atmosfeer nagenoeg gelijk blijft. Dat is allemaal conform de theorie dat de atmosfeer opwarmt ten gevolge van antropogeen toegevoegde koolstofdioxide.
Gr. Ben
Referentie:
Allen, R. J. and S. C. Sherwood, Warming maximum in the tropical upper troposphere deduced from thermal wind observations. Nature Geosci., Vol. 65, 2008, 399-403.
Quote selectie