komen lagedrukblokkades dan minder voor dan hogedrukblokkades. En zo ja, waarom dan? Ligt dat inderdaad aan die opvulling? En als dat de reden is, vraag ik me af waarom lagedrukgebieden wel snel opvullen maar hogedrukgebieden niet zomaar leeglopen ...
In het leven van een afgesnoerd hoogtelaag, wat een laag is, dat feitelijk is 'losgekoppeld' van de circumpolaire vortex, draait het allemaal om het geleidelijk verder afnemen van divergentie bovenin. Divergentie treedt door verschillende oorzaken op: veranderende kromming van de stroming, advectie van warme lucht, positieve vorticiteitsadvectie en de nabijheid van de straalstroom.
Zodra een afgesnoerd laag zich heeft gevormd, treedt er geen verandering meer in de kromming van de stroming op (het laag wordt mooi rond), zodat de divergentie hogerop door kromming verdwijnt. De jetstream beweegt zich ten oosten van het afgesnoerde laag en zwakt daar sterk af, naar mate hij terechtkomt in de rug ten oosten van het laag. Hierdoor neemt ook de divergentie a.g.v. de jetstream af.
Uiteindelijk worden de isothermen meer concentrisch onder het afgesnoerde laag, wat de advectie van warmte (WAA) doet verdwijnen. Vanaf dit moment ligt het afgesnoerde hoogtelaag precies over het grondlaag en tezamen met zwakke divergentie hogerop en weinig frictie, vult het grondlaag op en resteert uiteindelijk een diepe vortex met een koude kern. Zo wordt het laag uiteindelijk weer gevoeliger voor het 'oppikken' door de straalstroom.
Blokkades van lage druk zijn zeldzamer, omdat dus een laag in wezen 'los' moet komen van de overheersende stroming. Een blokkerend hoog vormt juist een belangrijk deel van de stroming en wordt erdoor gevormd. Voor de rest moet je het volgens mij blijven zoeken in advectie van vorticiteit en warmte bij een laag en hoog.
Gr. Ben
Quote selectie