Blokkades van lage druk zijn zeldzamer, omdat dus een laag in wezen 'los' moet komen van de overheersende stroming. Een blokkerend hoog vormt juist een belangrijk deel van de stroming en wordt erdoor gevormd. Voor de rest moet je het volgens mij blijven zoeken in advectie van vorticiteit en warmte bij een laag en hoog.
Allereerst bedankt voor je uitleg tot zover. Gaandeweg wordt het voor mij nu steeds een stukje duidelijker.
Ik begrijp wat je zegt nu als volgt:
Een lagedrukgebied is als ie ontstaat onderdeel van de stroming, maar is pas blokkerend als deze losgekomen is van de stroming (d.m.v. afsnoering), een hogedrukgebied niet, die kan onderdeel van de stroming zijn en tegelijkertijd blokkerend.
Omdat een lagedrukgebied dan dus losgekomen is van de stroming is de voedingsbron van steigende warme lucht en een (divergerende) straalstroom ook weg, en dus lost het lagedrukgebied dan geleidelijk op.
Dan kan ik een lagedrukblokkade dus eigenlijk beschouwen als een soort "doodgeboren" blokkade.
Verder heb ik een ander vermoeden, dat is dat de algemene luchtcirculatie er ook iets mee te maken heeft. Boven onze streken stijgt er meer lucht dan dat ie daalt (in tegenstelling tot de polen of de subtropen). Dus overheerst lagedruk de hogedruk op het polaire front, onder de straalstroom. Hogedrukgebieden zijn daarin dus meer de "stoorzender" dan lagedrukgebieden die meegaan in de westcirculatie, welke onderdeel is van de algemene luchtcirculatie.
Volgens mij zijn daardoor de hogedrukgebieden die snel trekken (trekhogen) kleiner en onbelangrijker dan sneltrekkende lagedrukgebieden, terwijl van de meer stationare / blokkerende drukgebieden juist de hogedrukgebieden belangrijker en groter zijn dan de lagedrukgebieden.
Gedachten/meningen hierover zijn welkom.
Quote selectie