Er zijn er aardig wat hoor, het beste voorbeeld is 1946/47, maar ook minder, in de zelfde orde van grote als deze dec. maand, bv. 1962-63, 1969-70, 1995-96 en 1996-97 en nog enkele andere.
Als je dit voor een hele eeuw doet, kom je een freqentie die overéénkomt met de normale statistische kans op een winterse maand.
Wij hebben hier enkele jaren geleden ooit een discussie over gehad en toen is gebleken dat vroege kou (november/december) geen afwijkend of slechts een licht afwijkend statistisch verband liet zien en dan nog in het voordeel van een te koude januari of een te koude februari.
En voordat Koos zijn onzin hervat dat een "te koude" maand nog niet duidt op echte vorstperiodes, er zijn meer dan voldoende voorbeelden waarin er na vroege novemberkou of decemberkou meer dan uit de kluiten gewassen vorstperiodes zijn ontstaan in januari of februari. En zelfs regelrechte totààlwinters zijn er na zo'n vroege kou nog geweest. In je rijtje hoort overigens ook nog de winter van 1986 thuis: na een erg koude november én een bijkomende vorstperiode in december met veel sneeuw, volgde vanaf een dag of 5 na nieuwjaar een zachte januari en een hoogwinterse februari mét elfstedentocht.
Koos moet dringend een cursus wintergeschiedenis volgen, want hij slaat de bal compléét mis.
Quote selectie