Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 2-2-1859:
Den 29 Augustus omstreeks 1 uur na middernacht werd boven Amsterdam een schoon noorderlicht gezien. In het noordwesten bij onbewolkte lucht, behalve aan den horizont, zag men namelijk een zeer diep rood, als bij een zwaren brand, aan wederzijden omringd door witte stralen, als veeren opwaarts staande; het geheel had aan de basis eene breedte van omstreeks 40 a 45 en eene hoogte van 60 graden, terwijl de witte veren zich veel hooger verheven. Ook te Arnhem werd in dien nacht een buitengewoon sterk noorderlicht waargenomen, het welk in het noorden van eene witte en in het noordwesten en noordoosten van eene bloedroode kleur was. Het witte licht golfde bij tusschenpoozen als een zwak weerlicht tot in het Zenith; het roode schoot telkens met stralen omhoog. Te twee ure was de nacht door dit lichtverschijnsel zoo verhelderd, dat het scheen alsof de dageraad aanbrak. Het was den geheelen vorigen dag drukkend warm geweest en er hadden zich donderwolken aan de lucht vertoond, zonder dat het in de stad of de omstreken echter tot een onweder was gekomen.
Prof. Buijs Ballot schrijft in de Utr. Cour. : De maanden Julij en Augustus zijn werkelijk even als Junij te warm geweest. Deze uitdrukking gebruiken wij met opzet op nieuw, om haar weder te kunnen omschrijven door "warmer dan gewoonlijk." Nu echter is den 28 Aug. een groote verkoeling ingevallen. Geheel Europa is in temperatuur gedaald en allerwege heeft zich in den nacht van den 28 op den 29 een sterk noorderlicht vertoond, en zijn groote magnetische storingen waargenomen, gelijk bepaaldelijk nu reeds uit Parijs, Rome en Lissabon wordt gemeld. In de noordelijke streken zal het voorzeker prachtig zijn geweest, meer nog dan hier en in de zuidelijke streken.
De Noord-Brabanter, 6-9-1859:
Men beweert, dat bij bet noorderlicht, hetwelk in den nacht van Zondag op Maandag jl. is waargenomen, eene storing in de werking der telegrafen, zoowel in Duitschland, als in Belgiƫ en Frankrijk heeft plaats gehad, welke bij het verdwijnen van dit verschijnsel heeft opgehouden; dat men echter bij de werking van den onderzeeschen telegraaf destijds dergelijke storing niet heeft ondervonden. De telegrafische gemeenschap op de lijnen van Parijs naar Brussel, zoomede op de Duitsche lijnen is geheel gestoord; die op de lijn van Berlijn naar Amsterdam, Frankfort Keulen naar Amsterdam is gedeeltelijk gestoord.
(Bron: Koninklijke Bibliotheek)
Daniel
Quote selectie