dat is duidelijk! 6 op 16 voor of na het minimum. 0 tijdens het maximum.
Er zijn drie Elfstedentochten die dichter bij een maximum dan een minimum werden verreden (1909, 1917 en 1947). Verder zijn er nog een aantal koude winters (Hellmann boven de 75 punten) nabij een maximum van de zonnecyclus, waarin geen Elfstedentocht gereden is. Je kunt vrij simpel uitrekenen hoeveel winters tijdens een zonnevlekminimum -toevallig- koud kunnen zijn. Je doet dat zo:
- aanname: er is geen verband tussen zonnevlekken en koude winters. Koude winters treden willekeurig op;
- een koude winter is één met meer dan 75 Hellmann punten (het gemiddelde). Daarvan traden er 41 op tussen 1901 en 2011. De geschatte kans op een koude winter is daarmee p = 41/100 = 0,41 of ca. 1 op 2,4;
- de zonnecyclus is exact elf jaar, die ik heb verdeeld in een 'maximum-fase' van 4 jaar en een 'minimum-fase' van 4 jaar. De resterende periode van 3 jaar is neutraal (1,5 jaar van het minimum naar maximum toe en 1,5 jaar van het maximum naar minimum toe).
Ik heb de winters van 1901-2011 in een statistiekprogramma 250 maal willekeurig opnieuw gerangschikt. Vervolgens heb ik gekeken: gemiddeld hoeveel koude winters waren er en hoeveel vielen er tijdens een zonneminimum? De simulaties leverden netjes een gemiddelde van 41 koude winters op, gelijk aan waargenomen. Verder kwamen uit de simulaties gemiddeld 15 koude winters tijdens een minimum, met een zekerheidsinterval van 12 tot 18.
In werkelijkheid waren het er 17. Het gaat om 1908, 1909, 1922, 1933, 1941, 1942, 1954, 1955, 1963, 1964, 1966, 1985, 1986, 1987, 1996, 1997 en 2010. Behoorlijk veel van de Elfstedentochten komen in dat rijtje voor, maar bijvoorbeeld niet die van 1929, 1940, 1947 en 1956. Bovendien zijn er veel koude winters, tijdens een minimum, waarin géén Elfstedentocht werd gereden.
Maar waar het om ging, was dit: kan het ook toeval zijn, dat koude winters precies zijn samengevallen met de zonnevlekminima? Ja, de cijfers laten dat zien. Dat komt omdat koude winters best talrijk zijn, vergeleken met de zonnevlekminima. Als je de winters ruim 250 maal willekeurig verdeeld over de jaren, dan zijn er gemiddeld 41 (±5) koude winters waarvan 15 (±3) tijdens een minimum vallen. De werkelijke verdeling levert ook 41 koude winters op en 18 winters tijdens een minimum. Met andere woorden: het kan zelfs heel goed toeval zijn.
Gr. Ben
Quote selectie