Wat denk je van de hogere luchtlaag: 500 hPa. Speelt die een rol in de definitie? Bij transport over zeewater blijven die eigenschappen wat langer bewaard, lijkt me. Ik zie juist die -35 tot -40 steeds optreden bij maritiem arctische lucht. Of is dat kriterium te eng?
Ik zou niet één laag als uitgangspunt nemen, maar de eigenschappen van een hele luchtlaag (zeg: de onderste 5 km). Je kunt daarbij een afgeleid element gebruiken om de luchtsoorten te onderscheiden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de potentiële natte-boltemperatuur (afgekort theta-w), die ongevoelig is voor adiabatische processen, dus grotendeels behouden blijft ondanks de invloeden van grootschalige optiling en convectie. Deze parameter is doorgaans ook relatief gelijk in de verticaal, vanaf enige afstand van het aardoppervlak. Zie de link voor verwachtingskaarten van de Theta-W op 850 hPa (ruwweg 1,5 km).
Leuke bijkomstigheid: de theta-w op dit niveau geeft doorgaans ook heel goed aan, tot hoever de temperatuur op grondniveau kan zakken tijdens een felle bui. Zodoende kan je voor natte sneeuw een drempelwaarde van 2-3°C aanhouden en 0°C voor droge sneeuw.
Grenswaarden voor de luchtmassa's zijn niet hard te definiëren, maar ingedeeld in arctisch/polair/subtropisch/tropisch zou je grofweg zo kunnen zien:
Arctisch: < -5°C
Maritiem arctisch: -5°C tot +5°C
(Maritiem) polair: 5 tot 10°C
Subtropisch: 10-15°C
Tropisch: >15°C
Gr. Ben
Quote selectie