is de drijfveer. Het willen weten of het misschien toch mogelijk is. Zelf denk ik dat de voorspelbaarheidsgrens van het weer nooit een seizoen ver zal reiken, maar dat terzijde.
Op die termijn wordt ook geen 'deterministische' benadering gehanteerd (d.w.z. je verwacht dat het model, op zichzelf, het weerbeeld per dag expliciet goed kan beschrijven), maar een 'probabilistische', klimatologische benadering: op basis van kansen en afwijkingen van normaal. Daarvoor worden grote ensembles gebruikt.
Vanuit de kansbenadering worden inmiddels heel redelijke scores behaald voor de afwijkingen in temperatuur en neerslag in de tropen (30ZB tot 30NB), voor drie tot zes maanden vooruit. In de gematigde breedten zijn de scores geringer, maar voor sommige gebieden nog aantoonbaar significant (hoofdzakelijk Noord-Amerika en Oost-Aziƫ). Dit soort modellen zijn verder handig als hulpmiddel om meer begrip (kennis) te verkrijgen over de mechanica achter de Rossbygolven (blokkades en zonale patronen).
Een ondergeschoven kindje om de weersverwachting voor de korte en middellange termijn te verbeteren, is echter de bittere noodzaak van waarnemingen. Niet alleen kwalitatief, maar vooral ook kwantitatief. Projecten die sonderingen of remote sensing vanaf boeien in de oceanen mogelijk maken, zijn buitengewoon waardevol. De satellieten worden ook steeds geavanceerder natuurlijk, met instrumenten die min of meer ook als 'sonderingen' fungeren vanuit de ruimte.
Gr. Ben
Gr. Ben
Quote selectie