[...]
Definitie volgens Koppen is een Tgem tijdens de koudste maand van ten minste -3C en maximaal 18C
De warmste maand moet minimaal 10C bedragen.
Ook moet er neerslag in alle jaargetijden vallen. Dit kun je dan nog verder onderverdelen in een subpolair zeeklimaat (maximaal 3 maanden >10C), een gematigd zeeklimaat (minimaal 4 maanden >10C, warmste maand <22C) en een subtropisch zeeklimaat (minimaal 1 maand >22C)
De maximaal 15 graden verschil vind ik ergens wel een goede, maar ik ben hem nog nooit ergens tegengekomen, met uitzondering van enkele oude Nederlandse atlassen en schoolboeken uit de jaren 50.
Groetjes,
Clint.
De merkwaardige consequentie van de indeling van Köppen is dat de zone met zeeklimaat zich uitbreidt naar het oosten en dat op basis van een algehele opwarming.
Is dat niet gek? De suggestie gaat ervan uit dat de invloed van de zee via westelijke stromingen groter wordt.
Het is zelfs denkbaar dat Moskou bij een verdere opwarming met 5 graden een zeeklimaat krijgt.
Dit lijkt me een zwakte van de indeling.
Overigens staat het klimaat van Moskou we degelijk onder invloed van westelijk maritieme stromingen, dus vanuit dat standpunt bekeken is het zo gek nog niet. Een puur stralingsklimaat is alleen (ver) achter de Oeral te vinden. (Zoals in Ojmjakon, waar rond 1 januari de temperatuur al weer begint te stijgen.)
De vroeger gehanteerde indeling in zeeklimaat, overgangsklimaat en landklimaat ging uit van verschillen tussen de koudste en de warmste maand met 15 graden en 20 graden als grenzen. Deze indeling is niet gevoelig voor een algehele opwarming, zolang zomer en winter gelijkelijk meebewegen met de global warming.
groet,
Cees
Quote selectie