"Die Tg is dat gewoon Tmin en Tmax gesommeerd en gedeeld door twee ?
Ik vermoed van niet en dat het gaat over het 24-uurs gemiddelde ?"
Idd : Als ik Tg schrijf, dan bedoel ik het gemiddelde over het etmaal, berekend uit uurlijkse waarnemingen. Voor de berekening van de koudesom gebruikt IJnsen een benaderingsformule. Vorig jaar heb ik daar over bericht; ik ga daar nu niet op in, tenzij je daar belangstelling voor hebt; misschien kan ik mijn verhaal van vorig jaar nog ergens op mijn harde schijf terug vinden.
"Die koudesom is idd een goede aanvulling. Ik stel me de volgende situatie voor waarbij een koude nacht met strenge vorst gevolgd wordt door een spectaculaire dooiaanval dan kan het 24-uur-gemiddelde boven de 0 °C uitkomen en wordt de strenge achtvorst genegeerd."
En dat was idd de reden voor IJnsen om de koudesom te introduceren. Maar, zoals ik eerder zei, voor schaatsers blijft het koudegetal het belangrijkste.
"Ook dit nog.
Gegevens zijn waarschijnlijk voor De Bilt.
Ik denk dat voor Ukkel ivm het warmtegetal, die 18 °C veel te laag is en men zeker en vast 20 °C moet nemen, misschien zelfs 21 °C om in evenwicht te zijn met het normale koudegetal."
Alle gegevens die ik gebruik, zijn (tenzij anders vermeld) van De Bilt. Het klimaat van Ukkel zal niet zo veel schelen met De Bilt.
Maar nu die 18°. Voor het warmtegetal moet je echt niet veel hoger gaan, want dan komen alleen de super warme dagen in aanmerking om mee te tellen. Dan gaat het dus om Tg; bij Tg=18 kan het al gemakkelijk 24 of 25 graden worden en zelfs een zomerse dag is denkbaar. De kans dat 18° overschreden wordt is ongeveer even groot als de kans dat Tg onder 0 komt. Zo is dus het warmtegetal met grens 18° ongeveer in evenwicht met het koudegetal.
Neem als voorbeeld, voor De Bilt, een paar seizoenen; K-dagen zijn dagen met Tg<0 en W-dagen zijn dagen met Tg>=18 :
winter 63 : 78 K-dagen (K=346)
zomer 47 : 70 W-dagen (W=221)
winter 75 : 4 K-dagen (K=3)
zomer 56 : 5 W-dagen (W=5)
Bij gemiddelde seizoenen, ik pak als voorbeeld :
winter 2003 : 28 K-dagen (K=80)
zomer 2002 : 38 W-dagen (W=76)
Voor de warmtesom is het wel goed om toch de 18° aan te houden om het verschil met het warmtegetal (verloren warmtesom) tot een item te maken. Voor de beleving van warmte zou ik liever een hogere grens willen hebben, bijvoorbeeld de 20°C. Die correspondeert dan weer met de zgn warme dagen. Zo ga je bij de warmtesom alle dagen mee nemen met een Tx boven 20°. Dat levert in de koelere zomers meestal meer op dan het warmtegetal met grens 18°. De grans van 18° wordt door Tg dan weinig bereikt, maar een relatief groot aantal dagen met Tx>=20 tikt dan aardig aan.
Voorbeelden :
1947 : W=211 ; Wy20=189
1959 : W=97 ; Wy20=94
2000 : W=59 ; Wy20=61
1965 : W=4 ; Wy20=15
Groet,
Cees
Quote selectie