...door het (waan)idee dat de diepe windschering sterker leek boven Frankrijk en België dan eerst gedacht, maar dat kwam vooral omdat het allemaal wat sneller ontwikkelde. Daardoor had ik zelf de valse hoop gekregen op een goed georganiseerde onweerslijn, die al vanaf Zeeland met flink onweer over het land zou kunnen trekken. Uiteindelijk lag het wat dichter bij wat ik gistermiddag schreef:
De windschering vind ik morgen met 30-35 knopen in de ontstaansfase toch wel vrij mager, als je een echte lijn met goed georganiseerde buien ('squall') wil krijgen. Bovendien is de wind verder boven het aardoppervlak al heel snel zuidwest-noordoost, wat betekent dat de schering haaks op de forcering staat. De voorkeursmodus voor convectie is dan geïsoleerde of semi-geclusterde cellen, geen mooie lijn. Bijvoorbeeld op 17 juli 2004 ruimde de wind over een behoorlijk diepe laag (3 km) van ZO naar WZW. Daardoor was de schering meer Z-N geörienteerd, dus evenwijdiger aan de forcering (die NNW-ZZO was) en gunstiger voor lijnvorming.
Ik denk wel dat de onweersbuien in de loop van de avond meer organisatie gaan vertonen, op toename van de diepe windschering vanuit het zuidwesten. Tegen die tijd zullen de buien vermoedleijk al wel in het midden, oosten en noordwesten zitten. Misschien dat Overijssel, Gelderland en Drenthe nog kans maken op een enkele supercell, als de grenslaagwind nog iets verder krimpt voor de convergentielijn uit t.g.v. mesolaagvorming door de convectie.
Laatste 'probleem' is initiatie, al geven de modellen wel allemaal een duidelijk neerslagsignaal. Echter, de prognosesoundings van o.a. WRF geven dat er nog aardig wat CIN in het zuiden zit (tot 100 J/kg) met daardoor een vrij-convectieniveau van 1500 tot 2000 meter. Dat betekent dat de forcering door warmte wel sterk moet zijn van onderaf, al is dat met 29-30 graden op zich wel mogelijk. Het naderende koufront en de passerende kortgolvige hoogtetrog zullen middels optilling van de onstabiele luchtlaag (vooral 750 tot 450 hPa) de voornaamste aanzet tot buienvorming geven.
Uiteindelijk bleek de grenslaag ook nog eens droger dan door de modellen berekend, zodat de voorziene CAPE van 1500 werd beperkt tot hooguit 500 J/Kg. Gedwongen optilling bij het front heeft een deel nog goedgemaakt. De gekrompen wind in de grenslaag levert nu overigens een zware en interessante bui bij Eindhoven/Veghel op.
De buienlijn die nu Groningen, Friesland en Drenthe gaat bereiken, zal misschien nog last ondervinden van de lagere dauwpunten daar (14-15 graden). Tegen middernacht is die lijn in ieder geval wel het land uit.
Uit vandaag getrokken lessen:
a. let altijd op mogelijke timingsverschillen als je modellen met waarnemingen gaat vergelijken.
b. onderschat niet de noodzaak van voldoende vocht in de grenslaag, ook als buien door optilling bij een front worden geforceerd
c. zelfs als modellen unaniem zijn (zoals vandaag met een mooie buienlijn), moet je voorzichtig zijn, als de situatie en potentiële ontwikkelingen bij nadere analyse nogal delicaat blijken
Gr. Ben
Quote selectie