Jouw Van Dale:
na•zo•mer (de ~ (m.))
1 periode met mooi weer aan het eind van de zomer
Mijn versie van Van Dale:
na·zo·mer
de nazomer (mannelijk); de nazomers
1 laatste deel van de zomer
2 warm en zonnig begin van de herfst
Bij gebruik van definitie 1 (mijn versie) hebben we dus net een wat voorherfsterige nazomer achter de rug.
"Naherfst" staat ook nog in Van Dale ("het late najaar"), "nawinter" en "nalente" zijn door onze dikke vriend uit Sluis geen plaatsje in zijn boekwerk gegund.
Leuke column trouwens, Ben.
Quote selectie