Het is wellicht mijn puur wiskundige insteek zonder gevoelens, maar ik zie het nut niet van dit soort opmerkingen over dergelijke statistieken.
Denk bij de Hellmanngetallen de enorme uitschieters weg en je krijg een uitermate vlak gemiddelde over 100 jaar weer. Hooguit wellicht iets aflopend de laatste 15 jaar, wat te kort is.
Bij de warmtegetallen hetzelfde verhaal. Hooguit loopt het op van net onder de 50 naar 55. Ook behoorlijk vlak dus.
Natuurlijk zijn er uitschieters, maar die betekenen weinig.
[...]
Toch is er wel iets uit deze statistiek te halen.
Oorspronkelijk was het gemiddelde koudegetal van een winter ongeveer even groot als of groter dan het gemiddelde warmtegetal in de zomer.
Het was meen ik ook het uitgangspunt voor het begrip warmtegetal: de kans dat de 18 graden overschreden werd in de zomer was vrijwel even groot als de kans dat de 0 graden in de winter onderschreden werd. Vandaar de keus voor 18 graden als grens.
Het is dus zo gek nog niet om die vergelijking te maken. Uit de statistiek door de jaren heen blijkt nu dat de overschrijding van de 18 graden vaker gebeurt dan de onderschrijding van de 0 en dat het gemiddelde warmtegetal veel groter is geworden dan het gemiddelde koudegetal. Maar dat is inmiddels ook wel bekend.
Het betekent inderdaad dat de kans op zomerweer groter is geworden dan de kans op winterweer, om het maar even zo simpel te stellen.
Groet,
Cees
Quote selectie