Dat vind ik moeilijk als argument te begrijpen. De opwarming is het gevolg van een veranderde stralingsbalans. Ook op de zuidpool is er instraling, uitstraling en absorptie in de atmosfeer.
Hoe kan het dan dat de verandering van het CO2-gehalte daar minder invloed heeft. Ook daar zal toch het CO2-gehalte van de atmosfeer aan verandering(=toename) onderhevig zijn?
De verklaring wordt hieronder al min of meer gegeven. Vooral afsmelt van landijs zorgt voor een toename van zoet water in de oppervlaktelaag van de oceaan. Het noordpoolgebied is een zeegebied waarin stromingen continu voor aan- en afvoer ('verversing') zorgen. Daardoor blijf het water nog vrij constant in saliniteit. Rond de zuidpool zijn de oceaanstroming zodanig dat het water daar min of meer 'afgesloten' is van de rest van de oceanen. Hierdoor kan het zoutgehalte sterker dalen rond het continent. Zoals je weet, bevriest zoet water veel sneller dan zout water. Een gevolg van de afsmelt van landijs is dus zoeter zeewater, dat (ondanks stijgende luchttemperaturen) vooral in de winter sneller bevriest over een groter gebied. Dit verklaart de paradox tussen neutrale of licht stijgende trend in zeeijs en de sterke afname in landijs vooral aan de randen van het continent en bijbehorende/veroorzakende stijging in luchttemperatuur aldaar.
Gr. Ben
Quote selectie