Rossby-golven zijn de grootschalige golfpatronen ("long waves") in de bovenlucht. Over het algemeen kan je zeggen dat een klein aantal golven (zeg drie of vier) betekent dat er weinig afwisseling is en men dus van een strak circulatiepatroon kan spreken (westcirculatie). Als er veel golven zijn (zeg vijf of zes of nog meer) dan is er sprake van veel afwisseling en een meridionaal patroon. In een dergelijk patroon is de neiging tot blokkadevorming veel groter.
Eigenlijk bepaalt het aantal golven niet de neiging tot blokkadevorming maar de grootte van de amplitude van de golf.
Zo vermoedt men dat er tijdens de kleine ijstijd een drie tot viergolvenpatroon verantwoordelijk was voor het koude weer in Europa. belangrijk daarbij was dat de vore van één van dergelijke golven boven Midden - en OOst-Europa lag met de koude dalende tak in West-Europa.
Ook twee golven (niet frequent voorkomend) kunnen bar winterweer veroorzaken. Zo lag er in februari '67 een brede diepe vore boven het oosten van de VS en Oost-Azië. Het oosten van Amerika had toen met heel wat blizzards en koude te kampen in West- en Noord-Europa daarentegen kregen we te maken met uiterst wiselvallig en zeer zacht weer.
Ik denk dat vanaf 5 à 6 golven de neiging tot stabiele blokkadevorming eerder kleiner is. Rossby heeft oa ook bewezen dat golven met een kleine golflengte een grotere oostwaartse beweging hebben,
golven met een grote golflengte hebben eerder de neiging om stationnair te zijn.
Quote selectie