N is niet 3 hier. De drie afzonderlijke maandgemiddeldes zijn tot stand gekomen door respectievelijk 30, 31 en 31 waarnemingen, dus N = 92. (En daggemiddeldes zijn misschien weer gebaseerd op metingen van meerdere stations, met elk meerdere metingen per dag zodat N feitelijk nog fors groter is). Dat je in de berekening een tussenstap maakt door eerst per maand te gaan middelen, maakt voor de berekening niets uit. Je aantal waarnemingen N daalt hierdoor immers niet.
Een afwijking van 0,2 is niet groot, maar vanuit statistisch oogpunt kun je hier niet zomaar zeggen dat dit geheel binnen een (redelijke) foutmarge valt.
Je mag helemaal niet uitgaan van N=92 voor het uitrekenen van de standaardfout van het rekenkundig gemiddelde. Het seizoensgemiddelde is en blijft namelijk daadwerkelijk gebaseerd op drie waarden, niet op 92. Je middelt de maanden, niet de dagen, uren of secondenwaarden. De standaardfout gaat over het gemiddelde vab drie gegeven waarden. Of die waarden weer gemiddelden zijn op basis van Y waarden of niet, doet niet ter zake.
Je moet niet een schijnnauwkeurigheid gaan introduceren als er al nauwkeurigheid verloren gaat door afronding en je eigenlijk nieuwe (afgeleide) metingen creëert door eerst al een middeling (aggregatie) te doen. De maandgemiddelden moeten eerst afgerond zijn, voordat je ze middelt tot een seizoensgemiddelde. Een maandgemiddelde bestaat uit etmaalgemiddelde, een etmaalgemiddelde is een aggregatie van 24 uurwaarden, wat weer minuutgemiddelden zijn op basis van 5 steekproeven elke 12 seconde. Volgens jou redenatie zou je dan moeten rekenen met N=11040 voor de zomer. Maar door de tussenstappen en afronding al op dagbasis en later nog eens op maandbasis beperk je het aantal waarnemingen en weet je sowieso niet de standaardafwijking die hoort bij zoveel N.
Gr. Ben
Quote selectie