Ik heb een aantal statistische overzichten op mijn site bijgewerkt.
(Edit: Een toevoeging bij koudeperioden)
1. Schaatsdagen. Op basis van een grof model bereken ik het aantal schaatsdagen in de winter. Dat zijn dagen waarop het ijs theoretisch dik genoeg moet zijn. Voorwaarde in het model is, dat in een aaneengesloten periode de Hellmannsom opgelopen is tot 16 of meer. Een dag met een gemiddelde boven 0 geldt niet als schaatsdag. Verder bereken ik een (versneld) smelten door de positieve etmaalgemiddelden vermenigvuldigd met een factor 2,5 ervan af te trekken. Zo kan na een of meer dagen dooi de teller beneden 16 komen om vervolgens bij hernieuwde vorst weer te groeien. (In de praktijk blijkt dat afsmelten iets te royaal te zijn berekend)
Ik heb een paar overzichtjes gemaakt met 10-jaarse perioden waarin aantal schaatsdagen en K zijn weergegeven.
Te vinden op
http://www.schaats-en-skate.nl/cees/schaatsdagen.htm
2. Vergelijking van koudeperioden . De top 35 van koudste perioden van 5, 10, 20 en 30 dagen. Bekende kanjers staan natuurlijk bovenaan.
Opvallend is, dat 2012 aardig tegen de top 10 aan komt in de korte perioden (5 en 10 dagen). De winter van 13 komt zelfs nog binnen op de 35-ste plaats in de 10-daagse. De winters van 2010 en 2011 scoren nog iets op de lange periode van 30 dagen. 2009 komt in dit overzicht niet voor.
Zie opnieuw :
http://www.schaats-en-skate.nl/cees/schaatsdagen.htm
Dit is natuurlijk maar één manier om winterkou te beschrijven vanuit de data. Zoals wintergemiddelde en koudegetal dat zijn.
Op de site
http://www.mscha.org/knmi/cold.cgi?station=260 is te zien wat er gebeurt als je van variabele perioden de koudste opzoekt in de historie. 1956, 1942 en 1929 gaan aan kop bij resp 1 dag, 2 dagen en 3 t/m 6 dagen. Daarna zien we alleen nog maar 1942 en wel t/m 66 dagen. Pas daarna neemt 1963 het over. Om uit te komen bij een jaargemiddelde van 6,9 tussen 4 maart 1962 en 3 maart 1963.
3. Wat ik voorheen al had bijgewerkt is de statistiek van eerste en laatste vorstdagen, ijsdagen etc van het winterseizoen. Het overzicht gaat terug tot 1936. Belangrijkste conclusies:
- De gemiddelde periode waarin Hellmanndagen voorkomen is met 20% afgenomen
- De gemiddelde periode waarin strenge vorst voorkomt is bijna gehalveerd en verschoven naar later in de winter.
Het hele verhaal is te lezen op:
http://www.schaats-en-skate.nl/cees/Veranderingwinters.htm
Groet,
Cees
Quote selectie