Het verband tussen luchtdruk en temperatuur is nogal dubbel. Kleinere hoeveelheden warme lucht wekken lagedruk op,(aan het aardoppervlak). Grotere hoeveelheden warme lucht zorgen voor hogedruk, in ieder geval in de hogere luchlagen.
Bij snelle opwarming daalt de luchtdruk maar in een gevorderd stadium van opwarming stijgt de druk weer. Sneltrekkende randstoringen zijn gekoppeld aan een hoeveelheid warme lucht, terwijl de jetstreak hier ook een prominte rol speelt. Maar het stationaire IJsland-laag bevindt zich in een gebied met koude lucht, vooral op 500hPa, het zelfde geldt voor koude putten.
Ik heb jarenlang mijn hoofd gebroken over de westenwind op de gematigde breedten. Ik denk dat ik onderhands snap maar het is wel ingewikkeld. Er moet wel bij worden gezegd, dat naarmate ik een verklaring had, ik nog niet op de hoogte was van de poolwervel in de stratosfeer. (Waarover ik nu m'n kop breek.

)
Wanneer je naar de Wetterzentrale kaarten kijkt dan zijn de blauwe gebieden het domein va de lage druk en de gele en rode gebieden voor hogedruk. In die 'blauwe' streken is de lucht doorgaans ook kouder, m.n.op 500hPa. De diktewaarden.
Diktewaarden zijn evenredig met de temperatuur van de luchtlagen. Vreemd genoeg bevinden zich de hogedrukgebieden doorgaans onder de hoge diktewaarden en de lagedrukgebieden meestal onder de lage diktegebieden. Voor een deel is dit te verklaren aan de drukverdeling in de stratosfeer. Immers de luchtdruk is het totale gewicht van de bovenliggende luchtkolom, waar de stratosfeer ook in mee weegt.
Quote selectie