Bedankt voor je reactie Paul!
Op het linkerpanel zie je de reflectiviteit, dus de intensiteit van het naar de radar teruggekaatste signaal, in dBZ. Verder is het bij de radiële snelheid zo dat de wind bij negatieve waarden naar de radar toegericht is, en bij positieve waarden ervandaan.
De zin die je noemt uit de paper bracht mij ook in verwarring, maar aangezien in figuur 9 in dat paper (hieronder) te zien is dat het tijdstip van de piek in druk in de waarnemingen wel overeenkomt met dat van de sterkste noordcomponent van de wind (dan wel minimum in windsnelheid, maar dat is vanwege de relatief sterke zuidelijke achtergrondwind), vermoed ik dat de interpretatie van die zin anders is.
Mogelijk moet het geïnterpreteerd worden als zijnde een kwart golflengte uit fase met wat het geval is bij hoge- en lagedrukgebieden. Daar treden de maximale snelheden namelijk tussen de drukminima en -maxima op.
Een andere reden om het te interpreteren zoals hierboven is dat Paul Markowski in zijn boek 'Mesoscale meteorology in midlatitudes' voor een zwaartekrachtsgolf het patroon toont dat ik benoem, zie de tweede figuur hieronder.
Verder lijkt het er bij vergelijking van jouw diagram met het radarbeeld dat is ingezoomd op Jaarsveld op dat de aankomst van de eerste golf samenvalt met de eerste toename van de luchtdruk, waarna het tijdstip van de piek in luchtdruk overeen lijkt te komen met het tijdstip van de maximale westcomponent van de snelheid. Misschien kun je echter het luchtdrukdiagram voor een kleiner tijdsinterval plaatsen om dat beter te beoordelen?
Ten slotte komt het samenvallen van de piek in luchtdruk met de maximale westcomponent van de wind overeen met wat ik fysisch zou verwachten, zoals ik in mijn vorige bericht beschreef.