Voor iedereen die deel 1 niet gezien heeft: https://www.weerwoord.be/m/2296123
Dan is het nu tijd voor deel 2, en dan ga ik natuurlijk verder waar ik gebleven ben, namelijk 19 mei.
Na een goede nachtrust in het Enid, noord Oklahoma, was het tijd voor een lange rit richting het zuiden. We moesten Texas in. Na een tijd langs en door een lange buienlijn gereden te zijn kwamen we tussen Bowie en Windthorst, TX, aan de zuidkant van deze lijn de leukere cellen tegen. Zo fotogeniek als de voorgaande dagen waren ze niet, maar potentie hadden ze zeker.
Bovenstaande cel lieten we lopen, bij aankomst hing het gevaarte namelijk an bijna noord van ons. Iets ten zuiden ervan lieten we deze, iets beter gestructureerde supercell, voor ons langstrekken.

Na enkele benauwde momenten op deze heuvel (we hadden ons vastgereden en de hagelkern kwam wel heel snel dichterbij) zijn we weer wat stukje gaan rijden, zonder veel resultaat. Pas na zonsondergang was er weer wat leuks te zien bij Breckenridge, TX.
Het was tijd om een slaapplek te zoeken, en die vonden we in Abilene.
De volgende dag, 20 mei, zakten we nog verder af richting het zuiden. Na een lang stuk in druilerig weer gereden te hebben, kwamen we eindelijk in de opklaringen uit. Het was meteen snikheet en zeer broeierig. Ondanks dat was het zicht op de buien prima.
We keken echter wel tegen de achterkant aan. De enige optie om voor deze cel te komen, was er recht doorheen rijden. En dat is toch altijd tricky. Gelukkig de keuze wel gemaakt, want het zicht aan de voorkant, nabij Benavides, TX, was uiteindelijk fantastisch. De foto is helaas niet helemaal scherp.
Om te ontkomen aan hagelellende én vanwege de vele inslagen voor dit wolkje uit, reden we een stukje verder voor beter zicht. Een mooi klassiek geval.
Maar het kan snel gaan. Nog geen kwartier na deze foto was er weinig meer van de structuur over. Wel smeet de bui nog een tijdje met CG's
En hierbij bleef het verder ook. Uiteraard werd er weer een hotelletje gezocht met het oog op de volgende dag. Want wéér kon het interessant worden.
21 mei speelde zich af in de grensregio. Mexico konden we niet in, dus we bleven vlak aan de grens bij Laredo hangen. Vanuit Mexico kwamen enkele cellen Texas bezoeken, maar het was een vrij grijs en regenachtig geheel. Pas vlak voor overtrekken werd wat structuur zichtbaar. We wilden het nog even de tijd geven door er vooruit te rijden, maar de grensregio zat ons duidelijk een beetje in de weg. Met een hagelmonster hijgend in onze nek moesten we een controlepost van de Border Patrol passeren. En dat geeft tijdsverlies die je niet wil. Nadat uiteindelijk alles gechecked was mochten we verder, maar van de supercell achter ons was niet zo veel meer over. De wallcloud was er nog, maar duidelijk afnemende.
We reden weer richting het noorden om te overnachten in Pleasanton, niet ver van San Antonio. Er stond ons na de nachtrust een lange rit te wachten richting het westen. De buien waren in deze regio namelijk op.
De 22e mei kwamen we na uren in ons busje gepropt te zitten aan in een veel zanderiger deel van Texas. Heet en droog. We kwamen uit bij de McDonalds in Fort Stockton, waar de dag een beetje afgewacht werd. Er ontstonden wat buien boven de bergen en New Mexico die iets moesten gaan doen. Met een aardig vaartje kwamen ze uiteindelijk uit in onze regio, maar meer dan wat 'troep' met een hoge basis was het niet. Het was te hopen dat ze zich wisten te ontwikkelen naar volwaardige supercells. Na lang wachten was er eindelijk een bui die voor onze neus zich wat anders ging gedragen dan 'troep met hoge basis'. We stonden er achter tegenaan te loeren, dus weer was het idee er doorheen te rijden. Helaas, het dingetje was sneller dan gedacht, we kwamen er niet meer voor.
Gelukkig was er in de tussentijd meer ontstaan, zodat we na deze flop van formaat nog kans hadden om wat moois te gaan zien. De zon ging al bijna onder toen we bij Kermit, TX de volgende cel in het vizier kregen. En nu werd het wél leuk. Er hingen prachtige structuren onder, en het zonnetje ging bijna onder. Met veel moeite in een regio verzadigd van jaknikkers en ellendige powerlines uitzicht gezocht, wat ons net op tijd lukte. Het uitzicht? Dit:


We hadden in die anderhalve week veel gezien, maar dit zat er nog niet tussen.
23 mei, het zonnetje kwam voor ons op in Odessa, en we deden later op de dag een voor ons nieuwe staat aan. New Mexico. Een keer een dag geen stormchase. Tijd om iets van de omgeving te bekijken. De grotten bij Carlsbad bijvoorbeeld. Erg indrukwekkend! 

Was best leuk.
Hierna ging de reis verder richting het noorden. We hadden tenslotte nog maar een paar dagen, dus het was verstandig om in de regio van Denver uit te komen, zodat we niet hoefden te haasten naar onze vlucht, de 27e.
Na een dagje Carlsbad sliepen we in het neppe Las Vegas, NM om de 24e de reis richting het noorden te vervolgen. Ook dan kom je wel eens langs mooie plekken, zoals 'The Garden Of The Gods' bij Colorado Springs.
Na het bezoekje aan deze roodkleurige dingen kwamen we alweer uit in Denver. Het beginpunt en tevens eindpunt van onze reis. Was dit het dan? Nee zeker niet, want in deze regio zou het toch ook weer kunnen gaan spoken de 2 laatste dagen van onze reis.
Allereerst de 25e mei. Na een ellendig stuk rijden achter een supercell aan die veel sneller was als dat we dachten, kwamen we nabij Hoxie (noem maar wat, geen idee meer eigenlijk) rond zonsondergang eindelijk voor deze supercell uit. Een woelig geheel maar niet echt fantastisch qua structuur.
Na passage van dit geheel hebben we nog even kunnen genieten van een prachtig actief hoogteonweer. We brachten de nacht ook door in Hoxie (denk ik, geen idee meer eigenlijk) om ons klaar te maken voor de laatste dag stormchasen van deze reis. En wat een afsluiter van formaat werd dat!
26 mei, na een nachtje in Hoxie (mogelijk ergens anders, geen idee meer eigenlijk) reden we richting het westen, terug naar Colorado, naar het gebied in waar alles zou moeten ontstaan. We hadden maar beperkt de tijd vandaag, dus het was te hopen dat alles zich ging ontwikkelen voor een door ons bepaald tijdstip om terug te rijden richting Denver. Het was een frisse dag met weinig zon. Toch ontstonden er buien. Eentje daarvan hadden we als 'troep met hoge basis' al vroeg op het oog. Geen idee waar dit exact was, in ieder geval niet nabij Hoxie (als we daar ooit al gewees zijn, geen idee meer eigenlijk).
We volgden dit ding toch maar, je weet immers nooit, en het zag er op de radar nog redelijk uit. Uiteindelijk werd de basis van het geheel toch iets lager. Iets wat niet alleen ons opviel.

En lager...
...en lager...
...en, nouja, breder...
..en, toen besloten we maar weer een stukkie te gaan rijden om het ding bij te blijven en ons zicht erop te verbetern. We kwamen uit bij Burlington, waar we onder de basis vandaan kwamen. En dat zag er zo uit:

Het sloeg eigenlijk nergens meer op, amper 22 graden en zo'n ding voor je smoelwerk. Gewoon klote, dus gingen we maar weg. Oh ja, nog wel even een tussenstopje om de wegtrekkende cel te bekijken. Gelukkig reed er geen trein, dat had de foto zo verpest.
Hierna moesten we echt gaan en al het geweld achter ons laten. Wel kwamen we onderweg nog langs een verdwaalde bow echo. Hier zijn we echter niet meer voor gestopt omdat we toch nog even een nachtrustje nodig hadden voordat we de volgende ochtend het vliegtuig terug naar Nederland in zouden springen.
Al met al een prachtige reis gehad, medemogelijk gemaakt door Peter Gude. Er ntbreekt helaas nog beeldmateriaal van de kers op de taart, een tornado, maar wie weet volgend jaar!
Voor nu, niet te veel zuipen vanavond. Het is zonde om morgen met dat lekkere weer in bed te liggen.
groeten,
Erwin.