Ten eerste is het zowiezo dat weermodellen, in het bijzonder de globale met een grote spatiëring, problemen hebben met grenslaagverschijnselen als temperatuur, bewolking, neerslag en wind. Dit komt vooral omdat in de winter de atmosfeer vaak een stuk dynamischer is dan in de zomer, en je minder te maken hebt met een dagelijkse gang maar meer met alerlei beïnvloedende processen (advectie, convectie, sterke menging). Het grenslaagregime variëert veel meer dan in de zomer: dan weer gemengd en onstabiel, dan weer uitstraling in een niet-gemengde en volstrekt stabiele atmosfeer. Soms kunnen dergelijke veranderingen binnen enkele uren optreden. Daar kunnen ze moeilijk mee omgaan. Modellen als het HIRLAM en MM5 die een hogere spatiëring hebben doen het al stukken beter, maar ook met die modellen blijkt vaak nog dat als bepaalde details (zoals een stratusdekje) niet opgepikt worden alles in het honderd loopt. Minima die te laag worden ingeschat, regen die er niet valt, enzovoorts. De weermodellen moeten in de winter, en al helemaal op de langere termijn, wat betreft grenslaagparameters met een dikke korrel zout genomen worden.
Quote selectie