Door de opwarming van de aarde neemt in het winterhalfjaar de hoeveel sneeuw en de intensiteit van de sneeuwval boven de 65ste breedtegraad toe. De sneeuwlaag wordt daar dus flink dikker en smelt daardoor wat minder snel weg. Dit ondanks de door de opwarming hogere temperaturen in de lente, zomer en herfst. Kortom, het blijft op hoge breedte wat langer wit. Daardoor verandert de albedo van het landschap en wordt de zonnewarmte langer teruggekaatst.
Dat impliceert, dat in voornoemde regio's de dikkere sneeuwlaag uiteindelijk voor een langzame afkoeling gaat zorgen. Dat heeft uiteraard ook effect op de wat zuidelijker gelegen regio's. Uiteindelijk ontstaat een soort "sneeuwbaleffect" waardoor de afkoeling zich steeds iets verder zuidwaarts uitbreidt. Het is een theorie die weleens "van broeikas naar ijskast" wordt genoemd. Uiteraard meld ik dit niet als feit, maar puur als een theorie in de klimatologie.
Voor zover ik weet is dat geen scenario dat ergens wordt bevestigd. Ja, er is sprake van meer sneeuwval in de herfst in delen van Siberie door afwezigheid van zee-ijs. En juist het ontbreken van zee-ijs is een veel grotere factor is het (regionale) klimaat dan wat extra sneeuw. Of sneeuw: eigenlijk zouden we neerslag moeten zeggen. Die neemt sterk toe in het Arctisch gebied, maar valt ook steeds meer als regen. Dat effect is veel belangrijker.
Zie bijvoorbeeld dit artikel: towards a rain-dominated Arctic.