En dat is de hoogte waarvoor de meeste radarcomposieten gemaakt worden (o.a. de KNMI-composiet).
Maar er zijn meer mogelijke redenen:
Als je ter vergelijking mijn PCAPPI (pseudo-CAPPI) voor Herwijnen neemt (hieronder, 2de panel), dan zie je dat er nog steeds een noemenswaardige hoeveelheid echo's overblijft. Als dat dan naar neerslagintensiteit wordt geconverteerd (3de panel), dan neemt de hoeveelheid echo's sterk af, door de ondergrens van 0.05 mm/h die ik hanteer.
Nog steeds is echter duidelijk meer te zien dan op het radarbeeld van Weerplaza (die mogelijk op de KNMI-composiet is gebaseerd, dat weet ik niet zeker). Dat zal vermoedelijk vooral komen doordat een hogere ondergrens voor de neerslagintensiteit wordt gehanteerd.
Een andere mogelijke reden is echter het scanschema dat voor de nieuwe radars wordt gebruikt. Hierbij wordt 2 keer van boven naar beneden gescand, en dat wordt op zo'n manier gedaan dat 2 scans die boven/onder elkaar liggen bij een verschillende serie horen. Het gevolg hiervan is dat er zo'n 2.5 minuten tijdsverschil zit tussen boven/onder elkaar liggende scans, wat een verschuiving in de neerslagpatronen geeft. Als je voor de PCAPPI linear interpoleert tussen scans in de verticale richting, en daarbij alle scans meeneemt, dan zorgt die verschuiving ervoor dat je neerslagpatroon uitsmeert, en dat de intensiteit erin afneemt. Vooral als de intensiteit laag is, zoals nu, dan kan die afname in intensiteit ervoor zorgen dat de neerslagecho's wegvallen.
Zelf heb ik dat aangepakt door de PCAPPI per 2.5 minuten te berekenen, zodat het radarvolume dus in tweeën wordt opgedeeld. Bij het KNMI werken ze nog steeds met 5 minuten resolutie, en ik weet niet of ze daar corrigeren voor deze verandering in het scanschema.
Zo'n resolutie van 2.5 minuten is trouwens ook niet ideaal, want bij ondiepe echo's (die maar op 1 scan goed zichtbaar zijn) geeft dat een 'flikkereffect', omdat de ene scanserie die echo's wel oppakt, en de andere niet.