Verscherping van de anomalie ten oosten van de VS wijst op meer zonaliteit in die regionen, sinds het begin van de warmte 10 april dit jaar. De positieve NAO die daarvan de oorzaak is, heeft sindsdien tot alleen nog maar meer exceptionele zomerweer geleid in onze omgeving (zie plaatje afgelopen drie weken). Als je vervolgens de huidige situatie (SST-anomalie) als uitgangspunt neemt voor de komende periode, dan leidt dat alleen nog maar tot meer zomerwarmte, beslist geen omkering van het patroon tot nu toe. Zonder andere input is dit een zichzelf versterkend effect.
De input verandert wel, want de zonnestand verandert natuurlijk, daarnaast heb je alle atmosferische variaties, die voor een zeker deel ook echt willekeurig zijn. Maar denk bijvoorbeeld ook aan tropische cyclonen, die de toestand van het oceaanoppervlak beïnvloeden.
Even terug naar mijn bericht, dat ging niet over langetermijnprognoses, maar over het verklaren van de verschillen tussen het maandmodel en het gewone 'kortetermijn' model. Zoals ik schreef, heeft het maandmodel een koppeling met een oceaanmodel, het gewone model niet.
De (vertraagde) invloed van de oceanen is een belangrijke factor voor verwachtingen op de termijn 15-45 dagen. Het opkomen van El Niño bijvoorbeeld kan daarin goed gevat worden. Zonder de oceaankoppeling blijft de oceaantemperatuur de hele rekenperiode hetzelfde. Dat is acceptabel tot 5-10 dagen vooruit, maar niet voor langere tijdschalen.
Het gewone ECMWF model gaat vanaf a.s. dinsdag ook gekoppeld aan een oceaanmodel rekenen. Zo krijg je bijvoorbeeld dat oceaanwater kan afkoelen na passage van tropische cyclonen (gevolg van doormenging en neerslag).
Maar als jullie model goed scoort op (enkel) de anomalie van de zeewatertemperaturen, dan bewijst het zichzelf. De toekomst wijst het uit.
Het maandmodel is van ECMWF en een volledig dynamisch gekoppeld atmosfeer-oceaanmodel.
Quote selectie
( 302)