Het is hier al eerder aan de orde gekomen dat de zomer van 2018, vanaf april gerekend, een nooit geziene reeks van hogedrukinvloeden en warmte gaf. Als je alleen naar de temperatuur kijkt, dan staat 2018 vanaf 1 april tot gisteren inderdaad bovenaan; bijna een halve graad boven 2006, en meer dan een graad boven andere jaren.
Naar mijn overtuiging geeft alleen de temperatuur geen goede weergave van het uitzonderlijke van de hele periode. Uiteraard speelt ook de droogte in ruime mate mee, en daarnaast ook de hoeveelheid zonneschijn. Daarom heb ik een combinatie van deze drie grootheden gemaakt, en wel in de vorm van de rangschikking van de warmste, zonnigste en droogste jaren. Dit heb ik gedaan met een puntentelling van een top 30, die in de top 10 een min of meer exponentiele stijging geeft. Daarbij heb ik de temperatuur dubbel geteld ten opzichte van de zonneschijn en de neerslag, want dit is toch de meest bepalende factor.
Om dit te doen had ik voldoende aan de website weerstatistieken.nl, want daar vind je ranglijsten van deze drie grootheden. Enig rekenwerk leverde de volgende top 10, nogmaals gezegd van 1 april tot gisteren:
Jaar Punten
1 2018 180
2 1959 130
3 1947 124
4 1976 108
5 2006 100
6 2003 96
7 2009 92
8 2014 81
9 2016 78
10 1921 69
Dit laatste jaar 1921 vooral vanwege de toppositie als droogste periode.
Verder zien we de bekende toppers terug, en vanwege de combinatie van warmte en zonneschijn ook nog 2009 en 2016.
Wat echter het meest opvalt is de buitencategorie van 2018, met maar liefst 50 punten meer dan de nummer 2, 1959. Op deze manier komt het uitzonderlijke van dit jaar als getalswaarde tot uiting, op een veel betere manier dan alleen met de temperatuur.