Hoi Marcus,
Het is technisch... maar het zit zo:
Als er sprake is van geostroof evenwicht en de wind waait langs de lijnen (isohypsen), is de relatieve vorticiteit evenredig met de Laplaciaan (de divergentie van de gradiënt) van de geopotentiële hoogte. Nu is voor een golfvormige verstoring (bijv. sin x) bekend dat de Laplaciaan evenredig is met het negatieve veld (-sin x). Dus voor een sinusvorminge verstoring geldt, dat een minimum in de geopotentiële hoogte samenvalt met een maximum in de Laplaciaan van de geopotentiële hoogte, ofwel: een maximum in de relatieve vorticiteit.
Dus:
Een trog in de geopotentiële hoogte mag je zien als een lijn van maximale relatieve vorticiteit.
Een trog die westwaarts beweegt, zoals we op deze kaarten zien, betekent dus een sterke PVA aan de voorzijde ervan.
Ik hoop dat dit de beste manier was om het uit te leggen.
Groet,
Alwin
Quote selectie