Ik vond het stuk ivm de postma-doctrine wel interessant. De Postma doctrine zou luiden als volgt: "In koude winters, zijn de meeste zachte oplossingen ook koud. In zachte winters echter zijn de koude oplossingen meestal ook zacht.
In koele zomers zijn de meeste warme oplossingen ook koel en in warme zomers zijn de koele oplossingen meestal ook warm"
De verklaring is volgens mij tweeërlei, maar beide hebben als achterliggende uitgangspunt: de modellen houden (nog) onvoldoende rekening met de actuele toestand van continenten en wateren.
In een koude winter is doorgaans een groter percentage van de bodem in Europa bevroren en/of met sneeuw bedekt dan in een warme
winter. Dat heeft invloed op de luchtsoorten die ons via diverse trajecten bereiken. In een koude winter zal vrieslucht van bv. -20°, die vanuit NW-Rusland naar ons toe stroomt over een bevroren Oostzee, een dik besneeuwd Polen en Duitsland, ons praktisch ongehavend kunnen bereiken: het is pakweg -10° bij ons. De koude oplossing valt koud uit! Maar bij eenzelfde configuratie op de weerkaarten in een tot dan zachte winter, moet dezelfde vrieslucht eerst over een open en relatief warme Oostzee, en dan nog over een onbesneeuwd en misschien onbevroren Polen en Duitsland stromen: eer dat diezelfde lucht van -20° hier is, is het 0° geworden in plaats van -10°. Dezelfde koude oplossing is in werkelijkheid heel wat minder koud.
Eenzelfde redenering voor de zomer. In een warme zomer zijn de bodems op de continenten doorgaans meer opgewarmd en en meer uitgedroogd dan in een koele natte zomer. Laat de zon schijnen op hetzelfde continent met dezelfde configuratie op de weerkaarten: in een koele natte zomer gaat veel warmte verloren aan het verdampen van het bodemvocht, en er ontstaat vlugger bewolking die bovendien de zon afschermt. Er staat een NW-wind vanover een te koele Noordzee en het kwik blijft steken bij 18°. In een warme zomer is het vrij zonnig, 25° bij een NW-wind vanover een te warme Noordzee.
De tweede verklaring (naast dus het feit dat de toestand van de bodem/zee de luchtsoort die naar ons toestroomt beinvloedt) is volgens mij de weerstand die een bepaalde weersituatie biedt tegen een verandering.
Het is bekend dat bijvoorbeeld een winterse situatie een zekere mate van zelfredzaamheid vertoont. Een dooiaanval op een dik besneeuwd en ijskoud Europees continent wordt vaker afgeslagen dan in een flutwinter. Dikwijls komt een winter zelfs versterkt uit een dooi-aanval, bijvoorbeeld als er dik pak sneeuw is bijgevallen. Een warme oplossing valt koud uit.
Dit alles om aan te geven dat, toegepast op een winter, volgens mij de voorgeschiedenis, die actuele de toestand van bodem en zee bepaalt, wel degelijk invloed heeft op het vervolg, conform de Postma-doctrine.
En dus dat een vorstperiode van betekenis, zeker bij ons, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Er moet aan een reeks voorwaarden worden voldaan. Droomkaarten zijn een must, maar niet voldoende. Die voorwaarden geven na de jaarswisseling het 'karakter' aan van een winter. Net wat betreft die voorwaarden liep het dus bij deze winter fout. Recordhoge temperaturen in de eerste helft van januari in Moskou, en de afwezigheid van een sneeuwdek tot achter Sint-Petersburg waren toen reeds symptomen van een erg zieke patiënt.
Quote selectie