Jamaar dat is logisch, dit begrijp ik nog.
Maar waarom worden nu steeds de koudere (toch de realistische gevallen) oplossingen gevolgd uit die grote spreiding als de termijn korter wordt?
(Soms is de spreiding zelfs klein en gaat de ruime meerderheid voor verzachting)
Is dat al de hele maand puur toeval?
Ik kom hier nog op terug.
Ik zat er net ook nog eens over te denken, en ik denk dat je het ensemble toch moet koppelen aan de weerkaarten. Iig in het geval van de OPER. Hoe je verder die ontwikkelingen op de weerkaarten moet verklaren heb ik ook nog geen idee over. Maar goed het UUGKB is wat dat betreft toch iets wat je beter voor onderzoek kunt gebruiken.
Het lijkt me iig niet dat men bij het NCEP nu denkt van 'het is nu koud dus laten we het zacht worden op het einde' of andersom.

Het moet toch ergens in het model zelf liggen en in de vergelijkingen en parameterisaties die erin verwerkt zijn.
Maar misschien moet je het eens (voor langere tijd) per ensemble bijhouden of er een verzachting of een verkoeling op het einde optreedt, evt gekoppeld aan de GWL (Grosswetterlage) aan het begin (en aan het eind) van dat ensemble. Dan kun je zien of het seizoensafhankelijk is of afhankelijk is van de grootschalige situatie of misschien van beiden.
Overigens moet je wel even in je achterhoofd houden dat het model in het UUGKB een mindere resolutie heeft dan in de korte termijn. Het kan best zijn dat mede daardoor een grote spreiding op de ultra-lange termijn ontstaat (andere factor is het lange doorrekenen vanaf de beginsituatie en het vlinder-effect).
Voor meer info over het GFS moet je even de bijgevoegde link doorneuzen.
Quote selectie