Dag Paul (Odijk) en andere geïnteresseerden,
In het kader van mijn Februari- (en Maart-) voorspelling heb ik vanavond de stratosferische polar vortex en haar connectie met bv. de AO, de straalstroom en andere teleconnecties proberen te analyseren. Ik ben benieuwd wat jij/jullie ervan vinden, akkoord of niet en dergelijke.
Daarom: opmerkingen altijd welkom, opbouwende kritiek altijd welkom, vragen altijd welkom!
(Letterlijk gekopieerd van mijn analyse: )
'De Stratosferische Polar Vortex is een moeilijke op het moment. Hij is zo sterk geweest de laatste weken en de koppeling was buitengewoon sterk. Dit lijkt voorlopig ook zo te blijven. Daarbij zorgt rond half Februari een minor SSW voor een langrekking van de polar vortex waardoor wij in een gebied komen te liggen met zwakkere zonale winden. Als dit doorwerkt, en die kans lijkt groot, dan kan dit ,meer hogedrukinvloed vanuit het Zuiden opleveren met meer kansen op zachte zuidelijke winden en meer hogedrukinvloed, als het ware dus lenteachtig dus.
Hierna lijkt de stratosfeer zich, volgens de ECMWF en GFS voorspellingen, weer wat te herstellen en met zijn kern over Spitsbergen komen te liggen. Als de koppeling dan weer toeslaat, wordt de kansen op westelijke tot noordwestelijke winden beduidend groter en keert het wisselvalligere maar wellicht wat koelere weertype terug.
Nu zitten we ergens rond en na de periode van 20 Februari. Vanaf dan wordt het weer terug wat interessanter, de NP en WP neigen dan negatiever te gaan en dat is gunstig voor een zwakkere polar vortex door het ontstaan van lagedruk rond en ten zuiden van Alaska. Daarbij lijkt er mogelijk een verband te zijn tussen het oceaanwatertemperatuurcontrast ter hoogte van Zuid-Amerika en Antarctica: hoe sterker dit temperatuurverband des te groter de kans op een verhoogde EDDY Heat Flux en een flinke verzwakking van de Polar Vortex. Daarbij lijkt ook de AAO eerder negatief te kunnen gaan richting eind Februari en begin Maart, wat de zonale winden op 10hpa blijkbaar niet ten goede komt en dus mogelijk een verzwakking van de polar vortex inhoudt. De Global Wind Oscillation (GWO) en de Madden-Julian Oscillation (MJO) lijken daarnaast ook nog eens in fasen (GWO: 5,6; MJO: 5,6,7) te gaan verkeren, die kansen op verlaagde luchtdruk ten zuiden van ons en verhoogde luchtdruk ten noorden van ons verhoogt, een eerder negatieve AO dus: ook gunstig voor een zwakkere polar vortex.
Een doorlezen van de wekelijkse blog van stratosfeerexpert Dr. Judah Cohen (link: https://www.aer.com/science-research/climate-weather/arctic-oscillation/) is ook waardevol.
Wat ik verwacht wat de stratosfeer de komende maand gaat doen:
Ik verwacht dat deze tot net na 20 Februari sterk tot zeer sterk zal blijven. Rond 18 Februari ligt deze echter zodanig zo dat wij mogelijk een zeer zacht weerregime krijgen. Na deze periode met een minor SSW begint de stratosfeer weer aan te sterken, en komt ze meer over Spitsbergen te liggen. Weer dichter bij ons dus. Enige veranderingen aan de koppelingssituatie is niet te zien, en dus worden de kansen op een wisselvalliger en natter weerregime met westelijke tot noordwestelijke winden waarschijnlijker.
Na 20 Februari verwacht ik dat enkele teleconnecties (NP (meer -), WP (meer +), AAO (meer -), GWO (fasen (4,)5,6), MJO (fasen 5,6,7), EA/WR (meer -), mogelijk hypothetisch spelen de zeewatertemperaturen tussen Zuid-Amerika en Antarctica ook mee (hoger temperatuurcontrast aldaar gaat mogelijk vaker vooraf aan flinke SSW's bij ons)) wat kunnen gaan veranderen waardoor er meer ‘speelruimte’ komt, de EDDY Heat Flux Activity kan gaan stijgen en daardoor de Stratosferische Polar Vortex het moeilijker krijgt en verzwakt. Hierdoor kan de straalstroom terug meer gaan meanderen, de AO neutraler gaan, de NAO neutraler gaan. Of dit een significante verzwakking wordt lijkt me allesbehalve zeker, maar wel mogelijk, en dat er mogelijks meer speelruimte komt na 20 Februari lijkt me een realistisch scenario.'
Stan
P.S.:
NP: North Pacific Index, de mate van hogedruk ten zuiden van Alaska.
WP: West-Pacific Index, de mate van lagedruk boven Alaska (en uiterst Oost-Siberië).
AAO: Antarctic Oscillation, de mate van lagedruk boven Antarctica ('de zuidpool').
GWO: Global Wind Oscillation, een beschrijving van de globale windpatronen aan de hand van de 8 fasen.
MJO: Madden-Julian-Oscillation: een beschrijving van de neerslagafwijkingen in het gebied rond de evenaar van Afrika via de Indische en Stille oceaan tot over Zuid-Amerika.
EA/WR: Eastern Atlantic / Western-Russia Pattern: mate van hogedruk boven Westelijke Centraal Europa en de mate van lagedruk boven Westelijk (Europees) Rusland.
AO: Arctic Oscillation, de mate van lagedruk boven het noordpoolgebied.
NAO: Northern Atlantic Oscillation: luchtdrukverschil tussen Ijsland en de Azoren.
EDDY Heat Flux Activity: de mate van aanwezigheid van een verhoogde frequentie aan transport van warmte van zuidelijke naar meer noordelijke breedten, waarbij deze warme lucht ook meer naar boven getransporteerd wordt.