“Een Blizzard meemaken is gaaf. Het bos hier bromt en loeit, dan komt de wind, dan een wit gordijn van poeier waarin je niets ziet. Ik ben er vannacht op uit gegaan met een kampeer-hoofdlampje om, om midden in de nacht het vennetje dat hier ligt te bezoeken. Wat kan ik zeggen? Het was intimiderend, mooi, boeiend. Gevaarlijk? Nee. Koud? Zoals de Canadezen zeggen: op kou kun je je kleden. Toen ik tot over mijn knieën door het poeder weer naar huis waadde, bij -11 en 7 Bft dacht ik: ja, zó moet het. Dit is het.”
Dit doet mij denken aan gebeurtenissen die mijn oom heeft meegemaakt. Jaren 80. Hij was boer in Canada. Op een boeren erf bij de buren , kilometers verder op, is in een blizzard een ervaren medewerker omgekomen op t erf. Hoewel er standaard touwen , lifelines, gespannen waren om juist ook ten tijde van een blizzard weer in t huis te kunnen komen vanuit de stal ( afmetingen zijn anders dan op t nederlandse boerenerf) ging t toch mis. Dagen later teruggevonden, drie meter van de lifeline, 4 meter van de stal, omgekomen in de blizzard. Hoe en wat precies is nooit duidelijk geworden. Kon hij de lifeline niet houden, vinden of terugvinden, desoriëntatie ? Moraal van t verhaal, een blizzard kan dodelijk zijn, zelfs op je eigen bekende terrein.
Toen pas begreep ik waarom we vrij kregen van school in de VS als er een blizzard warning was. Potentieel levensbedreigend. Terwijl daarvoor we als nuchtere Hollanders zoiets hadden van, tjonge, een beetje sneeuw en wind, dat is toch juist gaaf? We hadden slechts de Hollandse winter uit 1979 als “referentie” en dan ook nog vanuit de krant. We onderkenden tot dan onvoldoende de enorme natuurkracht van wind, sneeuw en koude.
Gelukkig was t bij jou niet gevaarlijk.
gr
Peter