door de constante hogedrukinvloed hebben we meer te maken met warmte-onweer. Dynamisch onweer kregen we pas voorgeschoteld bij een Spaanse pluim, of bij een gunstige frontpassage, maar deze zijn zeldzaam geworden.
Zo is het maar net. De heftigste onweersbuien krijg je bij een combi van zowel dynamiek én warmte. Tegenwoordig nu de dynamiek als trigger voor een groot deel is weg gevallen blijven de warmte-onweders over. Deze zijn dus erg gevoelig voor bepaalde factoren (ondergrond, orografie etc) en zullen dus veel minder snel boven droge zandgronden onstaan maar hebben meestal de voorkeur voor heuvels die dan net dat benodigde zetje geven. Zelfs in dynamische settings zie je al dat in die gebieden ook al vaker de activiteit fors toeneemt hoewel dan wel een veel groter gebied eerlijker bedeeld wordt.
Daarbij versterkt denk ik het effect dat de droge gebieden (vaak gebieden met zandgronden) steeds verder uitdrogen zichzelf, doordat het daar dan steeds makkelijker opwarmt waardoor het gevolg is dat het nóg droger wordt. Het spreekt voor zich dat en er uiteindelijk steeds minder makkelijk spontaan buien zich kunnen vormen in deze gebieden, wanneer er al jarenlang een steeds nijpender neerslagtekort speelt.