Ik probeer het nogmaals zo helder mogelijk uit te leggen. De 'kleurtjes' in het staafdiagram zijn niets anders dan de weergaven van alle 50 temperatuurlijntjes uit de pluim. Als de vijf warmste lijntjes op een dag op of boven de 15 graden zitten, dan krijg je een staafje bovenaan voor die dag van 10%, met het kleurtje dat past bij '15 tot 20' graden. Zijn er daar onder vijftien lijntjes die op 10 tot 15 graden zitten, dan krijg je onder dat staafje van 10% een tweede staafje van 30% met het kleurtje dat past bij '10 tot 15' graden. De bovenste 40% zijn dan gevuld en zo eindigt dit één na bovenste staafje aan de onderkant dus bij 60%. De 60% daaronder die nog overblijft representeert dus die 60% lijntjes (dat zijn er dus 30), die een lagere temperatuur weergeven dan 10 graden. De oper en de control tel ik, om het makkelijk te houden, hierboven niet mee.
De mediaan geeft simpelweg de grens aan waar de helft van alle ensembles boven zit, de andere helft zit er dus onder. Het is dus mogelijk als de mediaan '10 graden' is, dat geen enkele member op 10 graden uitkomt, want de mediaan zegt alleen dat de helft warmer is dan 10 graden en de andere helft kouder. Bij een regelmatige spreiding zal de mediaan weinig afwijken van het gemiddelde, maar vooral als de spreiding onregelmatig is, is het beter om naar de mediaan te kijken dan naar het gemiddelde.
Bijvoorbeeld. Elf members geven als temperatuur: 3, 4, 4, 4, 4, 5, 6, 6, 6, 6, 7. Zowel het gemiddelde als de mediaan zijn nu 5,0. Stel nu dat de volgende dag een klein groepje members aangeeft dat het meer winters wordt, maar dat een meerderheid geen verandering toont en dat die elf temperaturen er nu zo gaan uitzien: -2, -1, +2, 4, 4, 5, 6, 6, 6, 6, 7. (De drie koudste members zijn nu dus een stuk kouder geworden, de rest is ongewijzigd). Het gemiddelde zakt nu naar 3,9, maar de mediaan is nog steeds 5,0: de helft van het ensemble is kouder, de ander helft warmer!
Hopelijk maakt deze uitleg alles een beetje duidelijker?