Ik heb inmiddels mijn favorieten volstaan met informatie over de stratosfeer. Maar ik kan mij er niet toe zetten om mij er echt in te verdiepen. Omdat het niet mijn interesse heeft. Ik heb de laatste jaren te vaak gezien dat het voorzien van bepaalde weerpatronen aan de hand van de stratosferische perikelen gewoon niet lukt. Dan weer wel en dan weer niet. Het afgelopen seizoen was ineens de opgaande tak van de zonnevlekken een issue. In de opgaande tak zou er meer kans zijn op winterweer. Maar het komt niet. Snelgroeiende sneeuwbedekking in Siberië in oktober zou een verhoogde kans op winterweer bij ons geven. Maar het komt niet. SSW zou een verhoogde kans op winterweer geven. Maar het komt zelfs dan niet altijd.
Ik kijk liever naar de standaard weerkaarten en naar de eerstkomende periode. De guidance modelbeoordeling lees ik bijvoorbeeld heel aandachtig, omdat dat het weer voor de komende 48 uur beschrijft. En daar leer ik telkens weer van.
Maar goed, het is alleen maar goed dat er aandacht aan geschonken wordt, dat zeker.
Synoptische situatie:
Een lagedrukgebied met diverse kernen tussen Schotland en IJsland trekt langzaam noordoostwaarts. Tussen het laag en hoge druk boven Zuidoost-Europa voert een zuid- tot zuidwestelijke stroming zachte lucht aan. Een in activiteit afnemend N-Z georiënteerd koufront boven de westelijke Noordzee trekt oostwaarts en passeert in de middag het land van west naar oost. Achter dit koufront draait de stroming naar zuidwest. Een CAD, als occlusie geanalyseerd op de weerkaart, volgt het koufront enkele uren later en pas daarachter wordt drogere lucht aangevoerd. Op grotere hoogte wordt de lucht geleidelijk aanmerkelijk kouder, vooral op zondag. In de zuidwestelijke stroming trekken aanvankelijk nog enkele occlusierestanten mee die geleidelijk steeds meer een convectief karakter krijgen. Ook is er sprake van kustconvergentie. Zondagmiddag nadert een hoogtetrog waarop de activiteit vooral boven zee en het westen toeneemt. De meeste activiteit hiervan trekt over de Noordzee.
Modelbeoordeling:
Er is weinig onzekerheid in de synoptische ontwikkeling. Alle modellen laten zondag in de loop van de dag de convectieve activiteit toenemen op nadering van een hoogtetrog, vooral boven zee. In de grenslaag zie we wel enige verschillen. Tussen de verschillende Harmonie-versies en Hirlam zien we verschillen, waarbij het vocht onder een lage inversie in het ene model net wel en in het andere niet in een dunne laag Sc/St resulteert. Kijkend naar de actualiteit lijken HAP1 en Hirlam in de grenslaag te vochtig. Het zit nu een beetje tussen HA40/HAQ2 en HAP3 in. Voor morgenochtend komt Hirlam als enige met een sterk stratus-signaal boven het midden, noorden en oosten, overige modellen doen dat nauwelijks. Voorlopig houden we het op een aandachtspunt.