Voor meting van de zonuren wordt een minimuminstraling van 115 w/m2 gebruikt. Dus als de zon nog erg laag staat zullen de zonuren nog niet oplopen. Verder is natuurlijk de omgeving van belang: Als er hoogteverschil is, of er staan hoge bomen of gebouwen 'op' de horizon zal dat ook invloed hebben op de zonuren. De meeste berekeningen van de daglengte (theoretisch maximum aantal zonuren) beginnen te tellen als het eerste 'streepje' van de zon boven de theoretische horizon uitkomt, tot het laatste streepje zon weer achter die theoretische horizon verdwijnt.
In de praktijk betekent het dat ik op mijn meetlocatie in de avond altijd een half uurtje 'tekort' kom, omdat te westen van mij het hogere deel van de Veluwe ligt, en dus de werkelijke horizon niet zichtbaar is voor de zonurenmeter!