Extreme berekeningen GFS-model met steeds meer argwaan bekeken
Er worden steeds meer vraagtekens geplaatst bij de extreme temperatuurverwachtingen, waarmee vooral het Amerikaanse GFS-model voor West-Europa lijkt te strooien. Bijna dagelijks komen er berekeningen van ruim boven 40 graden en soms zelfs boven 45 graden uit de Amerikaanse koker. Niet alleen voor het zuiden van Europa overigens, maar ook voor België en Nederland.
In de Europese pers is al veel over deze extreme berekeningen geschreven. Alleen al feit dat ze er nu zijn, heeft de wenkbrauwen van velen doen fronsen. ‘Nog niet eerder gezien’, lees je steeds vaker op Twitter. ‘Ik kan mijn ogen niet geloven’. En ‘het gaat nu wel heel erg hard’. En ja, zou het ergens in de komende periode in Nederland 45 graden of warmer zou worden, dan kun je ook met alle recht stellen dat het erg hard gaat. Het is immers nog maar 3 jaar geleden dat het kwik in ons land voor het eerst boven 40 graden uitkwam. En dan 3 jaar later alweer zo’n sprong, dat zou extreem zijn.
Het gevoel dat het Amerikaanse model de verwachte extremen overdrijft, is afgezet tegen de berekeningen die het Europese model voor dezelfde periode laat zien.
Daarbij komt een aloud probleem om de hoek kijken, dat de berekeningen van het GFS-model vaker parten speelt; namelijk de behandeling van het vocht in bodem en atmosfeer.